Deprecated: iconv_set_encoding(): Use of iconv.internal_encoding is deprecated in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/string/string.php on line 28

Deprecated: iconv_set_encoding(): Use of iconv.input_encoding is deprecated in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/string/string.php on line 29

Deprecated: iconv_set_encoding(): Use of iconv.output_encoding is deprecated in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/string/string.php on line 30

Deprecated: preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/filter/input.php on line 652

Deprecated: preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/filter/input.php on line 654
Groene schijn bedriegt
Follow Me on Twitter

Strict Standards: Declaration of JParameter::loadSetupFile() should be compatible with JRegistry::loadSetupFile() in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/html/parameter.php on line 0

Strict Standards: Only variables should be assigned by reference in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/plugins/content/jw_allvideos/jw_allvideos.php on line 42

Strict Standards: Only variables should be assigned by reference in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/plugins/content/jw_allvideos/jw_allvideos.php on line 43

Strict Standards: Only variables should be assigned by reference in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/plugins/content/jw_sigpro/jw_sigpro.php on line 43

Strict Standards: Only variables should be assigned by reference in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/plugins/content/jw_sigpro/jw_sigpro.php on line 44

Strict Standards: Only variables should be assigned by reference in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/plugins/content/jw_allvideos/jw_allvideos.php on line 42

Strict Standards: Only variables should be assigned by reference in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/plugins/content/jw_allvideos/jw_allvideos.php on line 43

Strict Standards: Only variables should be assigned by reference in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/plugins/content/jw_sigpro/jw_sigpro.php on line 43

Strict Standards: Only variables should be assigned by reference in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/plugins/content/jw_sigpro/jw_sigpro.php on line 44
maandag, 31 december 2007 21:16

Groene schijn bedriegt

Schaduwkanten van biobrandstoffen

Biobrandstoffen zijn hot. Het zou goed zijn voor mens en milieu. Sterker nog: voor het voortbestaan van onze hele planeet. Nu olie en gas op dreigen te raken, komt de uit planten gewonnen energie als een geschenk uit de hemel. Ook de Filipijnse regering heeft de ‘groene energie’ omarmd. Toch klinken er steeds meer kritische tegengeluiden. Bio-energie is niet vanzelf milieuvriendelijk en de productiewijze pakt vaak slecht uit voor kleine boeren. De Filipijnen zijn daarop geen uitzondering.
(Door Maja Haanskorf)

Klimaatverandering en de dreigende schaarste aan fossiele energiebronnen hebben ertoe geleid dat biobrandstoffen een booming business zijn. Ze gelden als het belangrijkste alternatief voor olie. Ook op de Filipijnen. Daar is begin dit jaar de Biofuels Act aangenomen. Het doel van deze wet is de uitstoot van kooldioxide voor 2050 met de helft terug te brengen en de afhankelijkheid van de invoer van gas en kolen te verminderen. Daartoe moeten biobrandstoffen zowel als motorbrandstof als voor de productie van energie worden gebruikt. In 2011 moet alle benzine met minstens 10 procent bio-ethanol worden gemengd. Ooit moet dat 85 procent zijn. Daarnaast moet in de komende twee jaar gewone diesel worden gemengd met 2 procent biodiesel. Tenslotte zal de helft van de fossiele diesel vervangen kunnen worden door biodiesel. Op het moment importeren de Filipijnen ongeveer 30 procent van de benodigde brandstoffen. Als de doelstellingen van de Biofuels Act worden gehaald, kan er tot 2010 zo’n 389 miljoen dollar worden bespaard op deviezen. Bovendien kunnen de Filipijnen met de uitvoer van biobrandstof aanzienlijke inkomsten verwerven. Nu al zijn talrijke fabrieken voor bio-ethanol in aanbouw op Negros en in andere delen van het land. Het wordt onder andere gewonnen uit suikerriet en kan worden toegevoegd aan traditionele benzine. Biodiesel wordt gewonnen uit oliehoudende planten, zoals kokospalmen, en in noordelijke landen ook uit koolzaad. Suikerriet wordt vooral verbouwd op Negros, terwijl kokospalmen in 72 van de 79 provincies groeien. Ongeveer een op de vier kokosnoten wordt op de Filipijnen geoogst. Op een bebouwde oppervlakte van 3.1 miljoen hectare staan meer dan 400 miljoen palmbomen. De regering prijst bio-ethanol aan als de motor voor werkgelegenheid en ontwikkeling op het platteland.

Groen

Senator Aquilino Pimentel Jr., een van degenen die de Biofuels Act heeft voorgesteld, spreekt van ‘groene brandstof’. Het ecologische gehalte van de meeste biobrandstoffen is echter twijfelachtig, zeker wanneer de grondstoffen volgens de principes van een geïndustrialiseerde landbouw worden aangeplant. Dit betekent het verbouwen van gewassen in omvangrijke monoculturen en het op grote schaal gebruiken van kunstmest en pesticiden en ook van gemanipuleerd zaaigoed. Na zo’n twintig jaar leidt dit tot uitputting van de grond. Het valt te vrezen dat dit het patroon is bij de aanplant van suiker en palmolie. Het hangt af van de manier van produceren, van de effi ciëntie van verbrandingsmotoren en van de transportafstanden of biobrandstoffen een positief effect hebben op de uitstoot van CO2. Het gebruik van kunstmest en pesticiden en van machines bij de aanplant en het vervoer van de gewassen veroorzaakt kooldioxide en zo komt tenslotte meer CO2 vrij dan eerder door de planten uit de atmosfeer werd opgenomen. Als dan ook nog voor de verbouw grote stukken regenwoud worden gekapt, zoals gebeurt in Indonesië en Maleisië, dan slaat de balans helemaal negatief door. Volgens Simone Lovera, coördinator van de Global Forest Coalition, zijn biobrandstoffen in rap tempo bezig de voornaamste oorzaak te worden van ontbossing in Indonesië, Maleisië en Brazilië. Bovendien heeft ontbossing in het noorden van Sumatra geleid tot talrijke landverschuivingen en overstromingen, omdat de bodem het regenwater niet meer kan verwerken: een probleem dat de Filipijnen al lang kennen. Tenslotte bestaat het gevaar dat gentechnieken, die bij de verbouw van voedingsmiddelen nog geen kans maken, nu via de achterdeur toch binnenkomen. Brandstoffen eet je niet.

Suikerbaronnen

Voor de productie van ethanol geldt suikerriet als het meest effi ciënte gewas. Het is kenmerkend voor de suikersector dat de inkomsten bij een relatief kleine groep terechtkomen. Omdat er voor aanplant veel geld nodig is, zijn grote agrarische ondernemers en rijke landbezitters in het voordeel. De grootschalige aanplant en productie zijn echter weinig arbeidsintensief. Wanneer de vraag naar deze grondstof explosief groeit, kan dat na een decennialange depressie leiden tot een prijsverhoging van landbouwproducten op de wereldmarkt. Zolang de eigendomsverhoudingen van land onaangetast blijven, zullen de winsten grotendeels ten goede komen aan de grootgrondbezitters. De suikerbaronnen van Negros kunnen hun luxe levensstijl weer oppakken, waarmee ze voor de ineenstorting van de suikermarkt in de jaren tachtig zo graag pronkten. Omdat hun hacienda’s nauwelijks zijn aangepakt door het landhervormingsprogramma CARP, zullen de landarbeiders weinig van de opleving profi teren. Hoogstens kunnen ze weer meer werk vinden op de suikerplantages, waardoor ze minder honger hoeven te leiden dan in de laatste twee decennia. Boeren die strijden voor hun rechten op land zullen daarentegen meer dan in de laatste jaren zijn overgeleverd aan het geweld van knokploegen, politie en militairen. Nu al worden steeds weer mensen die strijden voor het recht op land vermoord. Mensenrechtenschendingen zullen naar verwachting toenemen, wanneer het bouwland door een stijgende vraag naar bioethanol waardevoller wordt.

Onteigening

De groeiende vraag naar biobrandstoffen leidt ook tot uitbreiding van bouwgrond en daarmee tot landonteigeningen. Mogelijk worden ook landerijen op Mindanao en in het noordoosten van Luzon voor suikerriet geschikt gemaakt. Dit gaat doorgaans ten koste van kleine boeren die ofwel geen eigendomstitel hebben ofwel tot verkoop worden gedwongen. Boeren die van hun land zijn verdreven, moeten uitwijken naar nabijgelegen bossen of beschermde natuurgebieden om die bebouwbaar te maken. Voor de verbouw van palmolie geldt hetzelfde verhaal. Ook palmen worden op plantages en dus op kapitaalintensieve en voor kleine boeren nadelige wijze aangeplant. De oliepalm is het gewas waaruit de meeste biodiesel kan worden gewonnen. Op de Filipijnen is 450 duizend hectare land geschikt voor de aanplant van oliepalmen. Hiervan liggen 304.350 hectare op Mindanao. Tot nu toe zijn in het hele land bijna twintigduizend hectare in gebruik, vooral in de provincies Agusan del Sur en Cotabato op Mindanao. Mocht het tot een duurzame oplossing komen van het confl ict op Mindanao, dan staat niets een grootschalige opening van het in meerderheid islamitische gebied in de weg. Nieuwe confl ictstof wordt erbij geleverd.

Einde landhervorming

Het ambitieuze landhervormingsprogramma CARP loopt in 2008 af. Het particuliere grootgrondbezit, en dus het grootste deel van de suikerriet- en kokosplantages, is tot nu toe onaangetast gebleven. Nog steeds bezit 90 procent van de boeren niet meer dan een derde van het land dat in gebruik is voor kokospalmen, terwijl 2 procent van de grootgrondbezitters ongeveer 40 procent van het met kokospalmen beplante land onder controle heeft. President Arroyo heeft zich nog niet ingespannen om CARP te verlengen. In plaats daarvan verkondigt ze een ‘nieuw paradigma’, dat van landhervorming met zo min mogelijk confl icten. Ze wil nieuwe arealen – ze noemde twee miljoen hectare grond– ontsluiten voor de agrobusiness. Als suikerriet en kokosnoten worden verbouwd voor de winning van biobrandstoffen, bestaat het gevaar dat deze niet meer als landbouwproducten gelden, maar als industrieproducten, waardoor de bebouwde arealen buiten CARP vallen. Volgens Joey Faustino van het netwerk van kokosboeren COIR gaat dit niet gebeuren, omdat het hele landhervormingsprogramma dan waarschijnlijk toch niet meer bestaat.

Achtertuin

De economische tijgers van de regio ontbreekt het aan land om biobrandstoffen te verbouwen. Daarom hebben ze met de Filipijnen overeenkomsten gesloten om voor de aanvoer van energie te zorgen. Land in China is schaars: tussen 1999 en 2005 is het ontgonnen areaal geslonken tot acht miljoen hectare. De regering wil uit overwegingen van nationale zekerheid niet zijn aangewezen op invoer van voedingsmiddelen. Tegelijk zet ze in op alternatieve energiebronnen. Nu al worden stijgende levensmiddelenprijzen teruggevoerd op de groeiende vraag naar biobrandstoffen. Volgens het Chinese ministerie van economische zaken is de eerste prioriteit de bevolking van voedsel te voorzien, daarna komt steun aan de productie van biobrandstoffen. Op de website biopact.com wordt dit als een grote kans gezien voor de Filipijnen: “De overvloed aan land, het klimaat dat geschikt is voor tropische energiegewassen, een groot aantal boeren en de centrale ligging in oost-Azië maken het land tot een ideale plaats voor investeringen in de productie van grondstoffen.” In oktober 2006 hebben de Filipijnen en China meerdere agrarische overeenkomsten gesloten, zoals de ontwikkeling van 1.2 miljoen hectare land voor de aanplant van de biobrandstoffen suikerriet, cassave en sorghum, maar ook van rijst en maïs. Er is ook een akkoord gesloten voor de bouw van minstens twee ethanolfabrieken op Negros en een in de buurt van Zamboanga, die respectievelijk 150.000 en 120.000 liter per dag zullen produceren. Organisaties voor agrarische hervorming hebben in een brief aan Arroyo gezegd dat de Filipijnen zo de achtertuin worden van China. Ook met Japan zijn overeenkomsten gesloten voor onderzoek en ontwikkeling, die tot doel hebben te komen tot een op export gerichte groene brandstofi ndustrie.

Eco-imperialisme

Niet alleen China, ook Europa heeft ambitieuze plannen met biobrandstoffen. Op het moment gebruikt de Europese Unie een vijfde aan extra landbouwgrond in het buitenland om in de eigen behoeften te voorzien. Het streven om 5.75 procent van de benodigde brandstof uit biobrandstof te laten bestaan, zal ertoe leiden dat nog 30 procent meer grond nodig is. De hoogste opbrengst per hectare grond bieden landen rond de evenaar, vooral als het om suiker en palmolie gaat. Dit past goed in de strategie van een ‘global’ Europa, dat sterk op export is gericht. Het lijkt dat vooral de belangen van transnationale bedrijven voorop staan en dat de armere landen overwegend dienen als grondstofl everanciers, goedkope productieplaatsen en nieuwe afzetmarkten. De EU praat dit ‘eco-imperialisme’ goed door de ontwikkelingslanden enorme winsten te beloven, economische groei en aanzienlijke hulp en investeringen. De vraag is alleen: wie profi teren ervan? Critici menen dat de klassieke arbeidsdeling tussen kleine boeren en agrarische multinationals en die tussen Zuid en Noord hiermee wordt bevestigd: aan de ene kant verbouw van grondstoffen en uitbuiting, aan de andere kant veredelijking, winst en consumptie. De landen in het Zuiden stellen hun enorme arealen land en hun goedkope arbkeidskracht ter beschikking, wat nadelige effecten kan hebben op de productie van voedingsmiddelen en op het milieu.

Voeding of energie

Energievoorziening, de voeding van mens en dier en de winning van grondstoffen zoals hout concurreren met elkaar om schaarse grond. Op de Filipijnen kan het gebruik van grote stukken land voor biobrandstoffen de toch al ontoereikende levensmiddelenvoorziening in gevaar brengen. De mogelijkheid om meer land voor agrarische doeleinden te ontsluiten, is beperkt: het land beschikt over veel minder bos – 5 procent van de totale oppervlakte – dan ecologisch raadzaam is. Verdere ontbossing zal tot nog meer ‘natuurrampen’ leiden. Als landbouwgronden worden gebruikt voor grondstoffen, dan neemt de productie van rijst en andere voedingsmiddelen af. In Mexico is de prijs voor uit maïs gemaakte tortilla’s met 42 procent gestegen, als gevolg van de Amerikaanse vraag naar maïs, die daar steeds meer wordt gebruikt voor de productie van ethanol. Volgens het World Economy Research Centre kunnen met het graan dat nodig is om een autotank te vullen 26 mensen een jaar lang eten. Geen politicus kan het zich meer veroorloven niet over het broeikaseffect te spreken. Klimaatbescherming en energiebesparing waren een zwaartepunt op de G8-top in Heiligendamm, eerder dit jaar. Wat echter te weinig ter sprake komt, is dat klimaatproblemen een kwestie zijn van macht en verdeling. Milieubeleid vindt plaats zonder de beginselen van ons economisch systeem ter discussie te stellen: groei, hyperconsumptie en een maatschappelijk steeds ongelijkere verdeling. Zolang alleen de ene energiebron door een andere wordt vervangen, valt een verdieping van de globale apartheid te verwachten. Ook bio-energie moet spaarzaam worden gebruikt. Achter ieder kilowattuur bioenergie schuilt een stuk land dat ook voor levensmiddelen had kunnen worden gebruikt.

Kleinschalig

Als biobrandstoffen milieuvriendelijk worden verbouwd – zonder monoculturen, zonder kunstmest en zonder vernietiging van fl ora en fauna – en op minder gecentraliseerde wijze, dan kunnen ook kleine boeren ervan profi teren. Een voorbeeld kan de verbouw van kokosnoten zijn, die nu in een crisis verkeert door de grote concurrentie met palmolie. Voor de productie van kokosnoten zijn bijna geen kunstmest en pesticiden nodig. Bovendien kan de grond onder de bomen beplant worden met bananen, rijst, groente of koffi e. Er zijn ook geen grote stukken land voor nodig. Meer dan 20 miljoen mensen op de Filipijnen – zo’n 3,5 miljoen families van kokosboeren en landarbeiders – leven van stukken grond die kleiner zijn dan vijf hectare. Technisch gezien zijn er mogelijkheden om de boom economisch effi ciënter te benutten, zonder nadelige gevolgen voor het milieu. Een andere mogelijkheid is om agrarische afvalproducten, zoals cogongras, palmbladeren en bagasse, als basis voor de winning van energie te gebruiken. Daarbij komt de verbouw van voedingsmiddelen niet in gevaar. Kopra en biomassa – en zelfs suikerriet – kunnen in kleine en middelgrote bedrijven in de buurt van de aanplant worden verwerkt. De benodigde kennis en techniek zijn eenvoudig en relatief goedkoop. Op die manier blijven de Filipijnen niet alleen maar een leverancier van grondstoffen.

Dit artikel is een vertaling en bewerking van een artikel door Niklas Reese, dat is verschenen in Südostasien, juni 2007.

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.