Deprecated: iconv_set_encoding(): Use of iconv.internal_encoding is deprecated in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/string/string.php on line 28

Deprecated: iconv_set_encoding(): Use of iconv.input_encoding is deprecated in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/string/string.php on line 29

Deprecated: iconv_set_encoding(): Use of iconv.output_encoding is deprecated in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/string/string.php on line 30

Deprecated: preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/filter/input.php on line 652

Deprecated: preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/filter/input.php on line 654
Toon items op tag: Speciale uitgave Haiyan http://tambuli.nl Tue, 14 Aug 2018 23:22:48 +0000 Joomla! - Open Source Content Management nl-nl Na tyfoon Haiyan - Speciale uitgave http://tambuli.nl/tambuli-archief/item/617-na-tyfoon-haiyan-speciale-uitgave http://tambuli.nl/tambuli-archief/item/617-na-tyfoon-haiyan-speciale-uitgave

In deze speciale uitgave van Filipijnenmagazine Tambuli een aantal artikelen over de ontwikkelingen in de Filipijnen na de natuurramp veroorzaakt door tyfoon Haiyan.

In het eerste artikel kunt u lezen hoe het komt dat er zoveel slachtoffers vielen en vervolgens dat de ramp er de oorzaak van is dat er een strijd om landbezit aan het ontstaan is. De eerste voorvallen hiervan worden beschreven. In een ander artikel kunt u lezen waarom de buitenlandse financiële schuld van de Filipijnen een belemmering vormt voor de wederopbouw.

Tenslotte een beschrijving van de besteding van de hulpgelden die Filippijnengroep Nederland inzamelde voor de wederopbouw op Bohol, dat door een aardbeving en tyfoon Haiyan werd getroffen. Deze speciale uitgave bevat geen rubrieken.

Namens de redactie,
Evert de Boer & Thijs Struijk

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) Archief Thu, 20 Feb 2014 22:29:06 +0000
Waarom tyfoon Haiyan zoveel slachtoffers maakte http://tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/616-waarom-tyfoon-haiyan-zoveel-slachtoffers-maakte http://tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/616-waarom-tyfoon-haiyan-zoveel-slachtoffers-maakte

1. Overlevenden van Tyfoon Haiyan (Yolanda)Er blijken verschillende redenen te zijn waarom er zoveel slachtoffers vielen door de verwoestende tyfoon Haiyan die de Filipijnen begin november 2013 trof. Het lijkt erop dat het land niet genoeg lessen trekt uit de vele tropische stormen die het land jaarlijks treffen. Grootschalige evacuatie lijkt een logistieke nachtmerrie, maar ervaringen in Bangladesh en India wijzen uit dat er veel meer gedaan kan worden dan tot nu toe is gebeurd.

Door: Evert de Boer

2. Steeds weer veel slachtoffersVolgens de overheid waren bewoners en overheden van de getroffen gebieden voldoende gewaarschuwd via radio, televisie en sociale media. President Aquino verscheen een dag voor de storm op televisie om mensen te waarschuwen en spoorde hen aan om een veilig heenkomen te zoeken. Velen deden dat: op veel plaatsen werden mensen die direct aan de kust woonden geëvacueerd. Toch vielen er, de vermisten meegerekend, zo'n 8.000 dodelijke slachtoffers. Velen vroegen zich af hoe dit kon gebeuren. Men zou toch kunnen verwachten dat een land waar elke jaar tenminste 20 tropische stormen overtrekken veel ervaring heeft opgedaan met het beschermen van de bevolking. Maar telkens blijkt weer dat de voorbereidingen en de evacuaties onvoldoende zijn. Tijdens tyfoon Ondoy, die in 2009 in Metro Manilla en omgeving voor zware overstromingen zorgde, vielen er ruim 900 doden. In 2011 werd tijdens tyfoon Sedong een aantal steden in het noorden van Mindanao getroffen door vloedgolven, die in en buiten de rivieren naar beneden kwamen, waarbij 1200 mensen de dood vonden. Nog geen jaar later werd de oostkant van Mindanao geteisterd door tyfoon Pablo, die overstromingen en grondverschuivingen veroorzaakte waarbij 1800 mensen het leven lieten. En nu dus Haiyan, die een van de dodelijkste rampen ooit in het land veroorzaakte.

3. Vloedgolf  wierp schepen op het landTsunami

Er blijken veel redenen te zijn waarom mensen ondanks de waarschuwingen niet vertrekken om een veilig heenkomen te zoeken. Jaarlijks krijgen de Filipijnen met twintig of meer tropische stormen te maken. Mensen hebben daardoor al snel het idee dat het om de zoveelste storm gaat en dat ze die wel zullen overleven. Ze nemen wel voorzorgsmaatregelen, maar die zijn volstrekt onvoldoende. Bij de naderende komst van Haiyan werden duizenden mensen ondergebracht in scholen en andere gebouwen, die soms maar een paar honderd meter van de kust lagen.
Een verslaggever zag, een dag voordat de tyfoon toesloeg, hoe kustbewoners in de buurt van Tacloban het dak van palmbladeren (nipa) van hun huis met touwen vastmaakten aan stevige ogende kokosbomen en ze vertelden hem dat ze het niet nodig vonden om te vertrekken.
Dezelfde verslaggever vertelde dat hij de indruk had gekregen dat mensen niet wisten dat het om een uitzonderlijke zware storm ging en wat hen te wachten stond. Een man vertelde hem dat ze waren gewaarschuwd voor een stormvloed (storm surge) maar dat ze geen idee hadden wat ze zich daarbij moesten voorstellen. "Als we waren gewaarschuwd voor een tsunami, dan hadden we geweten dat we het binnenland in hadden moeten vluchten", zo vertelde hij. Over het algemeen wordt een tyfoon in de Filipijnen niet geassocieerd met een stormvloed. Na de ramp die Indonesië, Thailand en Sri Lanka in 2004 trof, weet men in de Filipijnen heel goed wat een tsunami is en wat die teweeg kan brengen. Het ziet er daarom naar uit dat de Filipijnse autoriteiten er niet in geslaagd zijn de bevolking te doordringen van de verwoestende gevolgen van tyfoon Haiyan.

4. Gebouw ongeschikt als opvangcentrumWeerstand tegen evacuatiecentra

Uit onderzoek van sociologe Emma Porio van de Ateneo de Manilla Universiteit blijkt dat de mensen die niet vertrekken voor een aangekondigde natuurramp vaak een bewuste keuze maken. Ze blijven omdat ze bang zijn dat anders hun huis geplunderd wordt. Of erger nog, dat ze niet terug kunnen keren naar hun huis. Dat laatste is vooral het geval in de wijken van stadsarmen die hun onderkomen illegaal hebben opgetrokken op grond die niet van hen is.
Je kunt je, volgens Emma Porio, afvragen waarom deze mensen hun leven in de waagschaal stellen om hun bezittingen te beschermen. Dat is, zo zegt zij, alleen te begrijpen in de context waarin ze leven en overleven. Hun waardevolste bezit is vaak hun huis en de (weinige) spullen die zich daarin bevinden. Ze kunnen niet alles meenemen en bovendien kunnen ook onderdelen van hun huis worden gestolen. Er zijn voorbeelden waarbij palen, trappen, golfplaten van het dak of zelfs een hele keuken werden meegenomen.
"Het kan dan wel om een huis in een sloppenwijk gaan, maar ook zij hebben hard gewerkt om het te bouwen en het te onderhouden. Voor mensen die nooit echte armoede hebben ervaren is het waarschijnlijk moeilijk voor te stellen hoe belangrijk deze bezittingen zijn. Bovendien weten ze uit ervaring dat ze, wat de bescherming van hun bezittingen betreft, niet veel kunnen verwachten van de lokale politie en autoriteiten," aldus Porio.
Het is verder ook een kwestie van de alternatieven die mensen krijgen aangeboden. De situatie in de evacuatiecentra is bepaald geen stimulans om huis en haard te verlaten. De centra bestaan uit scholen, gymlokalen en ander gebouwen die eigenlijk ongeschikt zijn voor de opvang van honderden mensen. Ze zijn vaak overvol en erg oncomfortabel. Er zijn erbij waar veel te weinig toiletten zijn en soms is er niet meer dan één badkamer per 200 evacués. Soms is er ook geen water. Omdat ze zo vol zijn en de hygiëne er slecht is, verspreiden ziekten zich gemakkelijk. Bovendien zijn opvangcentra niet altijd veilig, zoals nu ook is gebleken. Genoeg redenen voor mensen om te proberen zolang mogelijk in hun eigen huis te blijven.

Geen typisch Filipijns fenomeen

Weigeren om te evacueren bij een naderende ramp is niet een typisch Filipijns fenomeen, het komt overal in de wereld voor, ook in westerse landen. Tijdens de tyfoon Katrina in New Orleans, in de Verenigde Staten, bleef een deel van de bevolking achter in de stad.
Uit internationaal onderzoek blijkt dat diegenen die vertrekken de bewoners zijn die het economisch gezien beter hebben: meer geld, betere toegang tot nieuws, betere opleiding, in het bezit van eigen vervoer en familie of vrienden elders waarbij men terecht kan. Zaken die de 'blijvers' grotendeels ontberen.
'Vertrekkers' zijn mensen die in hun leven de nadruk leggen op de eigen onafhankelijkheid en het belang van het maken van keuzes om daarmee invloed uit te oefenen op hun omgeving. De 'blijvers' daarentegen gaan meer uit van onderlinge afhankelijkheid en hechten grote waarde aan solidariteit met familie, buren en vrienden. Ze geloven in de eigen en gezamenlijke kracht en hebben vertrouwen in God. Dat is met name zo in de Filipijnen. Filipino's met een sterk geloof hebben een grotere neiging te vertrouwen op anderen en op de bescherming van de hogere macht.
"We zijn allemaal samen in deze wereld en samen zijn we sterker," is een verklaring die de onderzoekers regelmatig optekenden uit de mond van 'blijvers'.

Geen vertrouwen in autoriteiten

Naar later bleek hebben lokale autoriteiten in een aantal plaatsen inwoners gedwongen naar evacuatiecentra te gaan, omdat ze ook na herhaaldelijk aandringen weigerden te vertrekken. Volgens sociologe Porio kan het gebrek aan vertrouwen dat mensen in elkaar en in autoriteiten hebben hierbij een rol hebben gespeeld.
"We zijn een samenleving met een beperkt sociaal vertrouwen," zei zij tijdens een forum waarin besproken werd hoe belangrijk sociale interactie is in een samenleving bij de voorbereiding op naderende rampen. Volgens een onderzoek van de Wereldbank uit 2008 gelooft slechts 10 procent van de Filipino's dat ze andere mensen in hun samenleving – niet uit hun familie en kennissenkring - kunnen vertrouwen. Dat is erg laag in vergelijking met landen zoals Noorwegen, Denemarken en Nederland, waar dat 60% is.
Deze uitkomst lijkt in eerste instantie onlogisch. Filipino's staan immers bekend als gastvrije, hartelijke, tamelijk zorgeloze en gelukkige mensen en hun gemeenschappen als redelijk hecht.
Emma Porio beaamt deze karakteristieken. Zij voegt daar echter aan toe dat het hierbij gaat om relaties tussen familieleden, vrienden en anderen in de directe sociale kringen van mensen. Het is de solidariteit tussen gelijkgestemden die de overeenkomsten en homogeniteit versterken. Dit leidt tot sterke onderlinge banden, maar daardoor heeft men de neiging mensen die anders zijn uit te sluiten. Banden met mensen van een andere sociale en economische klasse zijn er dan vaak ook nauwelijks.
Volgens Porio is dit bij de armen veel sterker dan bij de elite en de middenklasse. Dit heeft tot gevolg dat de armen de autoriteiten niet vertrouwen, want in de Filipijnen behoren die tot de rijkeren, hebben een betere opleiding en wonen in ommuurde woningen. Ze staan dus ver verwijderd van de realiteit van de armen. Het zijn geen mensen zoals zijzelf.
In haar veldwerk kwam Emma Porio echter een aantal burgemeesters en een enkele gouverneur tegen die tamelijke goed bleken in, wat ze noemt, een netwerk strategie van de overheid. "Zij bouwen netwerken in verschillende sectoren van de samenleving en verbinden die horizontaal en verticaal met elkaar. Een initiatief dat navolging verdient omdat het bijdraagt aan het opkrikken van het sociaal vertrouwen in de samenleving.

Logistieke nachtmerrie

Er is nog een belangrijke, praktische reden waarom evacuaties onvoldoende zijn en niet goed verlopen. Natuurrampen komen in de Filipijnen voor van het uiterste noorden tot aan de meest zuidelijke punt van het land. Tyfoons gingen in het verleden vaak over de noordelijke helft van het land maar trekken de laatste jaren steeds vaker ook over het zuidelijke deel van het land. Het land heeft een lengte van ruim 1800 kilometer en een kustlijn van maar liefst 36.000 kilometer, waarvan een kwart aan de oostkant, waar de tyfoons aan land komen.
Naast tyfoons zijn er regelmatig aardbevingen en vulkaanuitbarstingen. Deze bundeling van natuurrampen betekent dat een groot deel van de bevolking goed voorbereid zou moeten zijn op het omgaan met en adequaat reageren op natuurrampen. Dat lijkt onbegonnen werk in een land waar de infrastructuur veel beperkingen kent, waar veel mensen een strijd om het bestaan leveren en de organisatiegraad van de bevolking relatief laag is.
6. Verwoestingen in Guiuan, SamarVanwege de vele eilanden is het niet altijd mogelijk mensen naar hoger gelegen en veilig terrein te verplaatsen. Zo lijkt bijvoorbeeld het evacueren van de 50.000 inwoners van Guiuan op het schiereiland op de zuidoostpunt van Samar, het grootste deel van de 250.000 inwoners van Tacloban en de 200.000 inwoners van Ormoc bijna onbegonnen werk. Een logistieke nachtmerrie dus, want afgezien van het verplaatsen zelf - waar breng je zoveel mensen onder op een plek waar ze veilig zijn voor windsnelheden van 250 tot 300 kilometer per uur?
De huidige praktijk om mensen onder te brengen in scholen, gymlokalen en andere stevige gebouwen in de buurt voldoet niet. Opvangcentra moeten in ieder geval op flinke afstand van de kust gesitueerd zijn. In Guiuan was een groot deel van de bevolking, soms gedwongen, ondergebracht in van steen of beton opgetrokken gebouwen op redelijke afstand van de kust, voor zover dat daar mogelijk is. Er vielen weliswaar nog 100 doden, maar dat is niet te vergelijken met de meer dan 2.000 doden in Tacloban en de 1.200 slachtoffers in Tanauan, ook een plaats met 50.000 inwoners op 50 kilometer ten zuiden van Tacloban.
Het is te hopen dat de Filipijnse overheid, op nationaal en lokaal niveau, lering trekt uit de rampzalige gevolgen van tyfoon Haiyan en logistieke voorbereidingen treft voor massale evacuatie van de inwoners van de woonplaatsen langs de oostkust. Liefst in combinatie met (desnoods gedwongen) jaarlijkse evacuatieoefeningen, waarvoor men in Japan te rade kan gaan.

Bangladesh en India als voorbeeld

7. Evacuatiecentrum in BangladeshVoor het beter voorbereiden van bewoners op rampen kan men ook naar ervaringen kijken in landen als India en Bangladesh. Tijdens een zware tyfoon in de staat Odisha in India kwamen in 1999 meer dan 10.000 mensen om het leven. Odisha ligt in noordoost India aan de golf van Bengalen en grenst aan Bangladesh. De nationale en lokale overheden trokken lering uit deze ramp. Toen Odisha in oktober 2013 werd getroffen door tyfoon Phailin, met windsnelheden tot 235 kilometer per uur, werden een miljoen mensen ondergebracht in speciaal opgezette opvangcentra. Daardoor vielen er nu maar 21 slachtoffers.
Bangladesh heeft ook lering getrokken uit de rampen in het verleden. Vooral na de tyfoon Bhola, die het land in 1970 trof met windsnelheden van 220 kilometer per uur en vloedgolven van 10 meter hoog en die aan meer dan een half miljoen mensen het leven kostte. En al vielen er in Bangladesh niet veel slachtoffers ten gevolge van de tsunami in 2004, het was voor de autoriteiten een extra aansporing om verdere maatregelen te treffen. In 2007 vielen nog 4.000 doden door een tyfoon, maar volgens klimaatexperts is Bangladesh nu een van de landen die het beste is voorbereid op dit soort natuurrampen. De kust werd op veel plaatsen beveiligd met betonnen waterkeringen en er werden meer dan 3.200 kleine en grote opvangcentra gebouwd. Deze speciaal voor opvang ingerichte betonnen centra zijn gebouwd op palen en worden tijdens normale weeromstandigheden gebruikt als scholen of wijkcentra. Dit is dus net andersom dan in de Filipijnen, waar als opvangcentra slecht toegeruste gebouwen worden gebruikt. In Bangladesh werden 32.000 vrijwilligers opgeleid om mensen langs de kust te waarschuwen en te helpen bij evacuaties. Daarnaast werd er langs de kustregio's veel aan herbebossing gedaan waardoor een groene gordel is ontstaan.

Ook in eigen land zijn voorbeelden te vinden waar lering uit kan worden getrokken. Bicol is een van de Filipijnse regio's die vaak met zware tropische stormen te maken heeft. Het is dan ook deze regio, en met name in de provincie Albay, die flink heeft geïnvesteerd in opvangcentra, evacuatieplannen, hulpverlening en wederopbouw. Van uit Albay worden ook steevast hulpgoederen en hulpteams gestuurd naar andere gebieden in het land die door tyfoons worden getroffen.

 

]]>
no-spam@tambuli.nl (Evert de Boer) Natuurgeweld Wed, 12 Feb 2014 10:14:26 +0000
Tyfoon Haiyan veroorzaakt strijd om landbezit in Filipijnen http://tambuli.nl/achtergronden/politiek/item/615-tyfoon-haiyan-veroorzaakt-strijd-om-landbezit-in-filipijnen http://tambuli.nl/achtergronden/politiek/item/615-tyfoon-haiyan-veroorzaakt-strijd-om-landbezit-in-filipijnen

1. Eerste berichten over strijd om landbezitEén van de gevolgen van een natuurramp, zoals die veroorzaakt werd door tyfoon Haiyan, is de verwarring die ontstaat over landrechten. Dat kan leiden tot grote humanitaire problemen. Ervaringen na de tsunami in de Indische Oceaan in 2004 hebben geleerd dat projectontwikkelaars en grootgrondbezitters misbruik maken van de situatie en zich land toe-eigenen dat niet van hen is. Ook in de Filipijnen zijn, na de verwoestende tyfoon die het land op 8 november 2013 trof, de eerste berichten over strijd om land verschenen.

Door: Redactie Tambuli*

Maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor plattelandsontwikkeling meldden in december dat een projectontwikkelaar op het eiland Sicogon, voor de kust van noordoost Panay, 6000 gezinnen belette om terug te keren naar hun verwoeste huizen. De projectontwikkelaar beweerde dat zijn bedrijf eigenaar is van het land waar de gezinnen generaties lang woonden.
7. totale verwoesting op het platteland
Foto: Totale verwoesting op het platteland.

Eeuwenoud probleem

Op Leyte, ten zuiden van het vliegveld van Tacloban, probeert de familie Romualdez de herbouw van een wijk van sloppenwijkbewoners te blokkeren. De politieke clan van voormalige dictatorvrouw Imelda Marcos-Romualdez behoort tot een van de machtige politieke families in het land en domineert de politiek in Tacloban City al decennia lang.
Afgaande op gebeurtenissen na eerdere natuurrampen en de ervaringen uit het verleden, kunnen deze gebeurtenissen gezien worden als de eerste tekenen van een eeuwenoud probleem, dat aan de basis ligt van armoede en van veel en bloedige conflicten: de toegang tot land.
In de Filipijnen zijn landrechten in veel gevallen niet formeel geregeld en is land niet altijd geregistreerd, omdat het van generatie op generatie wordt overgedragen. En zelfs waar eigendomsrechten in de boeken staan, kunnen die zonder veel moeite ten gunste van lokale machthebbers worden uitgelegd. Ondanks vele landhervormingsprogramma's is de verdeling van land bovendien nog steeds zeer ongelijk en is een flink deel van de plattelandsbevolking niet de eigenaar van het land dat ze bewerken.

Eigendomsrechten en -bewijzen

Te oordelen naar de meer recente geschiedenis kan de door Haiyan veroorzaakte ramp een zeer reële bedreiging vormen voor de eigendomsrechten van miljoenen slachtoffers die hals over kop moesten vluchten om het vege lijf te redden.
Veel mensen die wel eigendomspapieren hadden zijn deze kwijt geraakt door de storm. De administratie in gemeentehuizen en bij andere overheidsdiensten is in veel gevallen verloren gegaan. Daarnaast zijn afscheidingen en ander herkenningspunten van landgrenzen verdwenen. Hierdoor zullen vooral diegenen die een klein stukje land bezaten in de problemen raken omdat anderen met meer macht en aanzien hun land zullen claimen. Dat zal niet alleen betekenen geen plek meer om te wonen, maar ook een gebrek aan mogelijkheden om in het eigen levensonderhoud te voorzien.
De verwarring over landrechten na deze natuurramp is een van de belangrijkste factoren waardoor iets wat nu een groot humanitair probleem is op lange termijn kan uitgroeien tot een groot economisch drama.

Huishoudens in de stedelijke gebieden die hun onderkomens zonder toestemming op braak liggende stukken land hadden gebouwd, of die geen eigendomrechten op papier hebben, verkeren nu in een kwetsbare positie. Zij zullen problemen krijgen met het opnieuw claimen van het land waarop ze voor de storm woonden. Dat betekent dat ze op zoek moeten naar andere braakliggende stukken grond, die veelal op nog kwetsbaardere plekken liggen. Of ze zullen lange tijd dakloos blijven, omdat ze geen plek hebben om zich te vestigen. In combinatie met een gebrek aan werk en inkomen ziet de toekomst voor deze stadsarmen er niet erg rooskleurig uit.

Lessen van de tsunami in 2004

Wat de gevolgen van een grote natuurramp voor landbezit kunnen betekenen wijzen de ervaringen uit van de tsunami in 2004, veroorzaakt door een aardbeving in de Indische Oceaan. Uit een onderzoek van een international instituut na die tsunami bleek dat landbezit een 4,5 scoorde op een schaal van 1 tot 5 waar het ging om de veerkracht van gemeenschappen om de natuurramp te boven te komen.
3. Nieuwe hotels in kustgebied ThailandDe tsunami kostte in 2004 meer dan 200.000 mensen het leven en verdreef miljoenen inwoners uit hun woonplaatsen. Delen van Indonesië, Thailand, Sri Lanka en India werden totaal verwoest en dit bracht een reeks van humanitaire problemen teweeg die verbonden waren met landbezit. Zo waren binnen een jaar na de ramp de inwoners van meer dan dertig dorpen in Thailand met de overheid en bedrijven verwikkeld in geschillen over eigendomrechten van hun land. Er werden op grote schaal beschuldigingen geuit dat lokale overheidsfunctionarissen hadden samengespannen met projectontwikkelaars om het land aan de westkust van Thailand over te nemen om er hotels te bouwen. Op Sumatra in Indonesië bleven dorpelingen tussen de puinhopen wonen, uit angst dat het verlaten van de grond zou betekenen dat ze er afstand van deden en het zou vervallen aan de staat. Velen van degenen die vluchtten waren bij gebrek aan eigendomsbewijs niet in staat om terug te keren naar hun woonplaats en leden jarenlang een kwijnend bestaan in vluchtelingenkampen.

Sicogon

Op welke schaal landonteigening in de Filipijnen zal plaatsvinden zal de toekomst uitwijzen. Maar er zijn al verschillende gevallen van strijd om land aan het licht gekomen en maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor plattelandsontwikkeling vrezen het ergste. Naar verwachting zal landgrabbing (landjepik) voornamelijk plaatsvinden in afgelegen gebieden en het zal daarom lastig zijn om te achterhalen om hoeveel land het zal gaan. Om zo snel mogelijk de aandacht te vestigen op dit fenomeen hebben de organisaties Focus on the Global South and Rightnet een aantal voorvallen naar buiten gebracht.

4. Sideco probeert bewoners te verdrijvenSicogon eiland maakt onderdeel uit van een groepje kleine eilanden nabij de noordoostpunt van het eiland Panay en met een afstand van 145 km ligt Sicogon het verst van de kust van Panay. Het eiland is slechts 1160 hectare groot en was een belangrijke trekpleister voor toeristen voordat Boracay (bij de noordwestpunt van Panay) in de jaren tachtig tot ontwikkeling kwam als topattractie voor toeristen. Begin 2013 lanceerde de Sicogon Development Corporatie (Sideco) een tien miljard peso kostend project om het eiland om te vormen tot een toeristische bestemming van wereldklasse. Dat leidde tot spanningen tussen de 6000 bewoners van de drie barangays (dorpjes) op het eiland en de projectontwikkelaar. Sideco claimde een gebied van ruim 800 hectare als haar eigendom, maar volgens de bewoners behoorde 70 hectare hiervan tot het openbaar gebied. Een deel van de bewoners woont op die 70 hectare. Na de tyfoon probeerde Sideco te voorkomen dat de bewoners terug zouden keren naar het omstreden gebied en zelfs dat de bewoners, die waren gevlucht tijdens de storm, terug zouden keren naar het eiland. De directeur van Sideco verklaarde dat bijna alle van de 1170 getroffen families op het eiland een overeenkomst hebben ondertekend met Sideco. Met die ondertekening zijn ze akkoord gegaan met herhuisvesting op het eiland zelf of op het 'vasteland' van de gemeente Estancia, waarvan Sicogon deel uitmaakt. Dit wordt ten stelligste ontkend door de bewoners.
Volgens de bewoners legde het bedrijf hen twee opties voor: 150.000 peso contant voor een vrijwillig vertrek of deportatie naar een ander eiland.
De spanningen liepen in november zo hoog op dat een kleine politiemacht naar het eiland werd gestuurd – aangeduid als een vredesmacht - om te voorkomen dat de situatie verder uit de hand zou lopen.
De twee maatschappelijke organisaties wijten de problemen vooral aan de trage en inefficiënte uitvoering van de landhervormingwet en de wet op landrechten voor inheemse volken.

5. restanten sloppenwijk nabij vliegveldTacloban

Ten zuiden van de luchthaven van Tacloban City liggen de overblijfselen van wat vroeger de meest dichtbevolkte sloppenwijk van de stad was. Een afgeplatte wirwar van gebroken planken en verdraaide golfplaten is alles wat er te zien is. Naar schatting zijn er alleen al in deze nederzetting 1000 mensen verdronken toen tyfoon Haiyan een tsunami-achtige stormvloed over de stad stuurde, waarbij zo'n beetje alle huizen op zijn pad werden verwoest.

De familie Romualdez, die de politiek in de stad al decennia lang domineert, doet er alles aan om de wederopbouw van de sloppen op het land te blokkeren. De familie zegt dat ze het beste voor hebben met de bewoners; het gebied was zo kwetsbaar dat zelfs het evacuatiecentrum in een school werd overspoeld, waardoor alle evacués die erin zaten verdronken.
De sloppenwijkbewoners twijfelen zowel aan de oprechtheid van de familie Romualdez, als aan het vermogen van de regering om hen te helpen hun leven op een veiliger plaats weer op te bouwen. Zij beweren dat de clan gebruikt maakt van de verwoestingen aangericht door de storm om eindelijk het land te kunnen ontruimen. 6. Kaart TaglobanDe kustlijn is al in bezit van de familie Romualdez sinds Generaal Douglas MacArthur in 1944 de zuidelijke rand van Tacloban koos als invalslocatie voor de Amerikaanse invasie, die leidde tot de bevrijding van de Japanse overheersing in de Filipijnen.

Sloppenwijken gedoogd

In de jaren 80 deed de familie Romualdez er weinig aan toen mensen in grote aantallen nederzettingen begonnen te bouwen op de zandige graslanden aan het einde van de landingsbaan van de Tacloban luchthaven.
Terwijl de stad bleef groeien - tot 235.000 permanente bewoners voor de tyfoon – koos de familie ervoor om geen confrontatie te riskeren door iedereen te verdrijven. Net zoals in andere delen van het land, waar grote aantallen voormalige boeren en vissers naar steden kwamen, zijn  politici terughoudend om sloppenwijkbewoners te verdrijven, omdat zij zich in grote getale registreren om te stemmen.
Bovendien vond de familie het niet echt nodig om de mensen te verdrijven, gezien hun vele belangen in vastgoed en mijnbouw.

Hekken van prikkeldraad

De recente strijd om de 2,5 hectare grond begon toen congreslid Armando Romualdez, broer van Imelda Marcos en oom van de huidige burgemeester, een maand na de tyfoon bij de nederzetting verscheen en eiste dat bewoners zouden vertrekken. De bewoners zeiden dat hij hen vertelde dat zij het land wilden verkopen voor de uitbreiding van het vliegveld.
Het blijkt dat het land, zonder de sloppenwijkbewoners in de directe omgeving, naar schatting één tot anderhalf miljoen euro per hectare kan opleveren. Nu alle onderkomens plat liggen zou het voor de clan de perfecte tijd zijn om het land te verkopen.

De strijd tussen de stadsarmen en de Romualdez clan symboliseert de problemen die de Filipijnen al vele tientallen jaren teisteren. Een ongelijke verdeling van bezit houdt miljoenen in armoede, gecombineerd met een zekere mate van wetteloosheid en politiek opportunisme waarmee de armen zich vestigen op land dat niet van hun is en waar ze tot op zekere hoogte worden gedoogd. Naar schatting woonde een derde van de bewoners van Tacloban voor de tyfoon op land dat zij niet zelf bezaten.

Het lot van deze 75.000 sloppenwijkbewoners is afhankelijk van de beslissingen die er nu worden genomen. De nationale en lokale overheden zeggen dat ze tijdelijke houten huizen landinwaarts zullen bouwen. Dat is echter niet voldoende om de getroffenen te kalmeren. Velen zijn vissers die niet naar het binnenland willen verhuizen en vrijwel niemand vertrouwt de belofte van de regering om genoeg nieuwe woningen te bouwen. De geschiedenis heeft hen geleerd dat corruptie en belangen van machtige politici ertoe leiden dat de armen het onderspit delven.
Tot nu toe lijken de daklozen het van Romualdez te winnen. Ze vertrapten een om het gebied opgezet hek met prikkeldraad en bouwen nieuwe hutten van de restjes die de tyfoon achterliet. Maar ze maken zich zorgen dat hun overwinning van korte duur zal zijn, met zo veel leden van de Romualdez clan op hoge posities in de plaatselijke en landelijke politiek.

*Samengesteld uit artikelen uit de New York Times, de Huffington Post en de Philippine Daily Inquirer.

 

 

]]>
no-spam@tambuli.nl (Evert de Boer) Politiek Wed, 12 Feb 2014 09:53:38 +0000
Buitenlandse schulden belemmering voor wederopbouw in Filipijnen http://tambuli.nl/achtergronden/economie/item/609-wederopbouw-en-buitenlandse-schulden-in-de-filipijnen http://tambuli.nl/achtergronden/economie/item/609-wederopbouw-en-buitenlandse-schulden-in-de-filipijnen

1. Sociale voorzieningen boven afbetaling schuldenBuitenlandse schulden moeten worden kwijtgescholden om wederopbouw na de verwoestende tyfoon Haiyan te ondersteunen. Terwijl er nog geworsteld wordt met de wederopbouw na tyfoon Haiyan en het land zich tegelijkertijd voorbereidt op toekomstige noodsituaties, lijdt de Filipijnen onder enorme internationale schulden.

De Filipijnse 'Freedom from Debt Coalition' en 'Jubilee South' (Internationale Beweging over Schuld en Ontwikkeling) pleiten voor de kwijtschelding van de Filipijnse schuld, die op dit moment ruim 2.700 miljard perso (45 miljard euro) bedraagt.

4. Tyfoon Haiyan - roep om etenAflossing schulden veel hoger dan internationale hulp

Meer dan 15 miljoen euro per dag – dat is 5,5 miljard euro per jaar – stroomt weg uit de Filipijnen als rente en afbetalingen aan internationale geldschieters. Sinds tyfoon Haiyan meer dan twee en een halve maand geleden toesloeg, 6200 slachtoffers maakte en meer dan een miljoen huizen vernietigde, is er meer dan één miljard euro uitgegeven aan de schuldaflossing. Terwijl er ongeveer 400 miljoen euro is toegezegd door de internationale donoren voor de hulpverlening, verlaat elk jaar bijna 15 keer dat bedrag het land om de schulden te betalen.

Schuldenspiraal

2. Marcos visit Reagan in 1982De Filipijnen zitten al sinds de jaren tachtig opgezadeld met een grote buitenlandse financiële schuld. Westerse overheden en instellingen zoals de Wereldbank leenden grote hoeveelheden geld aan dictator Ferdinand Marcos (die van 1965 tot 1986 president was) om hem tijdens de koude oorlog aan de macht te houden. Marcos wordt ervan verdacht zo'n slordige 7,5 miljard euro gestolen te hebben. Maar nadat hij in 1986 werd afgezet bleven de kredietverstrekkers, die medeplichtig waren aan deze corruptie, terugbetaling van de leningen eisen.
In de afgelopen 40 jaar is er ruim 87 miljard euro uitgeleend aan de Filipijnse overheid. Rentelasten hebben ervoor gezorgd dat er, ondanks dat er al 100 miljard euro is terugbetaald, nog steeds 45 miljard euro aan schulden uitstaat.

De chronische buitenlandse schulden hebben een verwoestende werking op het leven van de Filipijnse bevolking. Openbare diensten zoals gezondheidszorg en onderwijs werken al decennia lang met een veel te klein budget. Op het moment zijn er meer dan 15 miljoen mensen in de Filipijnen ondervoed en een vergelijkbaar aantal leeft er in extreme armoede. Die aantallen zijn weinig veranderd sinds Ferdinand Marcos in 1986 werd afgezet. Elk jaar wordt nog steeds meer dan 20 procent van de inkomsten van de overheid uitgegeven aan de afbetaling van buitenlandse schulden, 3. Filipijnen kennen nog veel armoededat is bijna evenveel als aan de gezondheidszorg en het onderwijs samen.

Leningen voor wederopbouw verergeren de schuldenberg


Als reactie op tyfoon Haiyan kondigden de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank aan dat ze 1,45 miljard euro aan de Filipijnen gaan uitlenen voor noodhulp en wederopbouw. Dat dit geld, wat hard nodig is, wordt gegeven als leningen in plaats van subsidies betekent dat de buitenlandse financiële schuld van het land alleen maar zal toenemen. Hierdoor zullen de gevolgen van de ramp nog voelbaar zijn voor de volgende generaties, vanwege de aflossing van de hoge schulden.
Leningen voor wederopbouw kunnen per definitie geen opbrengsten genereren om de schuld af te betalen. Deze leningen zullen vooral gebruikt worden om de infrastructuur te herstellen en weer op een peil te brengen waarop het zich bevond voordat de tyfoon toesloeg. Ric Reyes, voorzitter van de Freedom from Debt Coalition, verklaarde: "De Filipijnen is gevoelig voor natuurrampen zoals orkanen en aardbevingen. Schulden die jaren geleden hadden moeten worden kwijtgescholden beperken de mogelijkheden van het land om adequaat te reageren op de gevolgen van deze verwoestende tyfoon en om aan de wederopbouw te werken. Hetzelfde geldt voor het zich adequaat voorbereiden en reageren op toekomstige noodsituaties. Er is duidelijk actie nodig in de vorm van kwijtschelding voordat er nieuwe schulden worden toegevoegd. "

Onverantwoordelijke projecten

5. Geen betaling van corrupte schuldenMaar de gevolgen van de hoge schulden zijn niet de enige redenen waarom de Filipijnse financiële schulden kwijtgescholden moeten worden. Na het einde van de Marcos dictatuur hebben veel van degenen die zich tegen zijn bewind verzetten de Freedom from Debt Coalition opgericht. Deze coalitie zet zich sinds haar oprichting in 1988 in voor het niet afbetalen van schulden die gebruikt zijn voor corruptie en omkoping. Leningen aan Marcos om een kerncentrale te bouwen in Bataan, die nooit elektriciteit heeft opgewekt en ook nog eens gebouwd is op een breuklijn in een gebied gevoelig voor aardbevingen, is een van de meest absurde voorbeelden.

Deze onverantwoordelijke leningen werden na de val van Marcos zelfs nog voortgezet. In 1997 heeft de Bank van Oostenrijk geld aan de Filipijnen geleend voor verbrandingsovens voor medisch afval, die in Europa toen al afgedankt waren vanwege hun hoge mate van vervuiling. In de Filipijnen zouden ze binnen twee jaar verboden worden. In 2008 zorgde de Freedom from Debt Coalition ervoor dat het Filipijnse Congres instemde met een voorstel om de afbetaling voor de twee hierboven genoemde en voor tien andere leningen te staken. Toenmalig president Gloria Arroyo sprak hierover echter haar veto uit en blokkeerde daarmee de uitvoering ervan.

Te rijk voor kwijtschelding

De Filipijnen werden uitgesloten van regelingen voor internationale schuldverlichting omdat ze met een gemiddeld jaarlijks inkomen van 1.900 euro per persoon "te rijk" werden bevonden. Het land wordt gerekend tot de zogenaamde middeninkomenlanden. Zodoende blijft het land gevangen in een schuldenspiraal, waar schuldaflossing overheidsinvesteringen in basisvoorzieningen - als gezondheidszorg, sociale zekerheid, huisvesting en onderwijs -beperkt. Deze cyclus wordt nu nog versterkt door de klimaatverandering, omdat de sterkte van orkanen en de schade die ze veroorzaken toeneemt. Regeringen van rijke landen weigeren nog steeds om aan hun verplichtingen te voldoen om de ontwikkelingslanden te compenseren voor de schadelijke gevolgen van hun uitstoot van broeikasgassen. Terwijl ze hier in 1992 al mee akkoord zijn gegaan via het 'United Nations Framework Convention on Climate Change' (UNFCCC).

6. Climate justice nowKlimaatrechtvaardigheid

"Schuldkwijtschelding is noodzakelijk om de Filipijnse bevolking recht te doen," zegt Ricardo Reyes van de Freedom from Debt Coalition. "Klimaatrechtvaardigheid vereist dat er compensatie wordt verstrekt voor geleden schade en verliezen die het gevolg zijn van klimaatverandering. Deze schadeloosstelling zal de Filipijnen in staat te stellen veerkracht te ontwikkelen om beter met klimaatverandering om te gaan. Wanneer schulden uit de hand lopen, falen om de fundamentele mensenrechten beschermen of voortkomen uit leningen voor onverantwoorde of mislukte projecten – wat allemaal geldt voor de Filipijnen – moeten ze worden kwijtgescholden. En terwijl de klimaatverandering toeneemt, hebben degenen met de grootste bijdrage aan de uitstoot van broeikasgassen de morele plicht om de landen die het meest door de gevolgen ervan getroffen worden, te compenseren. Dit in de vorm van bijdragen, niet leningen."

Samengesteld uit verklaringen van de Freedom from Debt Coalitie, de Jubilee South Beweging en de bijdrage van Tim Jones op de Poverty Matters blog.

Vertaling: Erniël G. de Boer

 

 

]]>
no-spam@tambuli.nl (Evert de Boer) Economie Wed, 29 Jan 2014 13:56:54 +0000
Besteding hulpgelden op Bohol http://tambuli.nl/achtergronden/maatschappelijk/item/612-besteding-hulpgelden-op-bohol http://tambuli.nl/achtergronden/maatschappelijk/item/612-besteding-hulpgelden-op-bohol

1. Aardbeving in BoholEind oktober 2013 begon Filippijnengroep Nederland een fondswervingsactie voor de slachtoffers van de aardbeving op het eiland Bohol, die in totaal ruim €14.000 opbracht. In de afgelopen maanden is het grootste deel van dit bedrag besteed in de gemeente Maribojoc. Een goede besteding zonder overlap met andere beschikbare fondsen en zonder de verantwoordelijkheid uit handen te nemen van lokale of nationale overheid had echter nog heel wat voeten in de aarde.

Tijdens de aardbeving van 15 oktober, met een kracht van 7,2 op de schaal van Richter, verloren 200 mensen in Bohol het leven, raakten 600 gewond en werden honderdduizenden dakloos. De aardbeving vond om kwart over acht in de ochtend plaats, op een dag dat iedereen vrij was en de scholen gesloten waren. Daarom bleef het aantal slachtoffers wonderwel beperkt, want de schade aan huizen en (school)gebouwen was groot.

Opbrengst fondswervingsactie

Na de aardbeving werd ook Bohol op vrijdag 8 november getroffen door het natuurgeweld van tyfoon Haiyan. Het oog van de tyfoon ging niet over Bohol, maar er werden toch windsnelheden gemeten van 200 km per uur. Als gevolg van de tyfoon vielen er op Bohol geen nieuwe doden. Wel raakten tientallen mensen gewond door rondvliegend puin en de storm richtte veel schade aan. Tijdelijke onderkomens, tenten en huizen die nog (deels) overeind stonden werden omver geblazen.
Omdat de (nood)hulp logischerwijs verschoof naar de gebieden die het hardst getroffen werden door de tyfoon, besloot Filippijnengroep Nederland (FGN) verder te gaan met haar fondswervingsactie voor de slachtoffers van de aardbeving op Bohol. FGN verwachtte een bescheiden opbrengst verwachtte en daarom werd besloten de steun te richten op de gemeente Maribojoc, met 22 barangays (dorpen) een van de zwaarst getroffen plaatsen op het eiland.
De teller staat momenteel op ruim €14.000 en af en toe komt er nog een bijdrage binnen.

Speelgoed

2. Speelgoed helpt bij traumaverwerkingDick Groeneveld, de secretaris van het FGN bestuur, en zijn Filipijnse vrouw Minda, die vanaf eind november (op eigen kosten) op Bohol verbleven, hebben in overleg met de lokale overheid van Maribojoc – de burgermeester, gemeentelijke diensten en barangay leiders – en plaatselijke organisaties gewerkt aan het zo goed mogelijk besteden van de fondsen.
In overleg met de gemeentelijke dienst voor maatschappelijk welzijn en ontwikkeling werden een kleine 400 kinderen op crèches in de 22 dorpen voorzien van speelgoed. Voor elk kind werden vijf verschillende speeltjes gekocht, ingepakt en in overleg met de leidsters op de scholen bezorgd. Goed gekozen speelgoed helpt getraumatiseerde kleine kinderen bij het verwerken van ervaringen, het overwinnen van hun angsten en bij het op gang brengen van het genezingsproces. De reactie van de leidsters op de scholen en van de ouders waren erg positief. Hieraan werd €1.000 besteed.

Lokale politieke conflicten

Door het bezoek aan alle barangays kregen de FGN vertegenwoordigers een beter beeld van hoe zwaar de verschillende dorpen waren getroffen door de aardbeving en de tyfoon. Daarbij bleek dat de hoger gelegen dorpen zwaarder waren getroffen dan de kustdorpen. De crèches in sommige dorpen waren totaal vernield en in andere zwaar beschadigd. De beschadigde gebouwtjes waren met kunst en vliegwerk hersteld zodat ze weer gebruikt konden worden. Waar de gebouwen helemaal vernield waren werd gebruik gemaakt van tijdelijk 'huisvesting'. Het bleek dat de meeste crèches worden gesponsord: veelal door een Rotary Club of door migranten uit de dorpen die in Manilla en/of het buitenland wonen. Die hadden daardoor al toezeggingen voor financiële steun bij herbouw of reparatie van de gebouwen. In twee dorpen was dat niet het geval en aanvankelijk was FGN van plan de crèches te steunen bij de herbouw van hun lokalen. Bij de lokale verkiezingen van eind november waren in beide dorpen echter nieuwe dorpshoofden gekozen, waardoor er lokale politieke spanningen ontstonden. De nieuwe leiders wilden de leiding van de crèches vervangen door eigen (politiek aan hen loyale) mensen en wilden ook de leiding overnemen van de lokale vrouwenorganisaties die bij de plannen voor herbouw waren betrokken. Daarop heeft FGN besloten zich uit dit 'project' terug te trekken.

Tijdelijk klaslokalen basisschool

3. Eerste klaslokaal bijna klaarDe basisschool van het dorp Bayacabac werd door de aardbeving grotendeels vernield. Met palen en dekzeilen werden plekken gemaakt waar de 200 kinderen van de school vanaf eind november les kregen. Een onhoudbare situatie zo bleek. Als de zon scheen was het bloedheet onder het dekzeil en als het regende woei de regen naar binnen en werd de 'vloer' modderig. Na enige tijd gingen de dekzeilen bovendien lekken. In overleg met de gemeente, de dorpsleiding en de schoolleiding besloot FGN een bijdrage te leveren aan het bouwen van zeven tijdelijke klaslokalen, gemaakt van lokale materialen (kokoshout, bamboe, etc), met een betonnen vloer. Alle benodigde materialen worden in Maribojoc zelf gekocht zodat de 'middenstand' ervan mee profiteert. De daken worden gemaakt van golfplaten in plaats van nipa dakbedekking. Nipa is momenteel moeilijk te verkrijgen en relatief duur en het leggen ervan is arbeidsintensief. De bouw zou daardoor langer in beslag nemen dan nodig is. Om snel en effectief te kunnen bouwen wordt elk klaslokaal een zelfstandig gebouwtje, dat in twee weken klaar is (zie foto). Een groot gebouw is kostbaarder en het bouwen ervan neemt meer tijd in beslag. Met zelfstandige gebouwtjes hebben de kinderen bovendien minder last van het geluid van elkaars klassen. Een bevriende architect maakte de tekeningen. Er zijn twee voormannen en enkele timmerlui ingehuurd, die betaald worden door de gemeente en het ministerie van arbeid en werkgelegenheid. De ouders werken in toerbuurt mee aan de bouw. Uit de fondsen van FGN worden de materialen voor de lokalen betaald. Dat komt neer op €1.000 per lokaal, dus €7.000 in totaal. Het eerste lokaal is inmiddels klaar. De lokalen zullen naar verwachting vier tot vijf jaar meegaan, zodat er voldoende tijd is om de school te herbouwen.

Op 28 januari ontving FGN het volgende bericht uit Maribojoc: "In behalf of the Local Government Unit of Maribojoc, Bohol, the teachers, parents and pupils of Bayacabac Elementary School we wish to convey our heartfelt gratitude for the assistance you have extended to us for the completion of one classroom at Bayacabac, Maribojoc, Bohol.
Leoncio B. Evasco, Jr., Municipal Mayor, Maribojoc, Bohol, Philippines
"In Maribojoc, little good things add up."

Schelpen verzamelaars

4. Mallen voor souvenirsDoor de aardbeving is de zeebodem voor de kust van Maribojoc omhoog gekomen en ligt de zee nu, afhankelijk van eb of vloed, 100 tot 200 meter van de kust. De kustgebieden die anders alleen bij laag water droog vielen en waar verzamelaars van eetbare schelpen een inkomen bij elkaar zochten liggen nu permanent droog. De bodem van de nu verderop gelegen zee is diep en valt niet droog bij eb en schelpen verzamelen gaat daarom niet meer. Deze mensen zijn daardoor hun bron van inkomen kwijtgeraakt. Als alternatief kwam het Maribojoc centrum voor ontwikkeling van sociaal economische projecten en (kleine) ondernemingen (CLED) met een plan om hen een aantal typisch Boholaanse souvenirs te laten produceren en te verkopen. Een lokale kunstenaar maakte 15 mallen van de Maribojoc kerk (die geheel werd vernield) en de uit dikke stenen muren bestaande vuurtoren in Punta Cruz (die gedeeltelijk werd vernield). Deze mallen worden gebruikt om afgietsels van beide gebouwen te maken, die een historische en emotionele waarde hebben voor de bevolking en een aandenken zijn aan het culturele erfgoed van de gemeente. Een groep van schelpenverzamelaars kreeg een training in het maken van afgietsels. De training werd verzorgd door lokale afdelingen van twee landelijke ministeries. FGN nam de kosten op zich van het ontwikkelen van de mallen en het materiaal waarvan de souvenirs gegoten worden. Een groepje van 15 mensen kreeg de mallen voor een bepaalde tijd om met het beschikbaar gestelde materiaal zoveel mogelijk souvenirs gieten. Daarna gingen de mallen naar een volgend groepje. De eerste groep kon ondertussen de souvenirs schilderen en ze gaan verkopen. Ze kunnen ze direct aan klanten verkopen of bijvoorbeeld aan standhouders die al andere souvenirs verkopen. Van de opbrengst moeten ze vervolgens zelf gietmateriaal kopen dat ze kunnen gebruiken als ze de mallen weer in bruikleen krijgen. De souvenirs blijken vooral in de smaak te vallen bij migranten die tijdens de Kerst op bezoek kwamen bij hun familie op Bohol. Aan dit project werd €1.000 besteed.

Tijdelijke huisvesting

6. Vele kilo's spijkersAanvankelijk was het de bedoeling dat een deel van de fondsen zou worden besteed aan tijdelijke huisvesting in verschillende dorpen, bestemd voor mensen die alles kwijt waren. Eerst was het plan om 'long houses' te bouwen - bunk houses genoemd in de Filipijnen. Dat zijn gebouwen met wooneenheden of kamers voor 15 tot 30 gezinnen. Deze vorm van bouw stuitte echter op bezwaar van diegenen waarvoor ze bedoeld waren. Ze zouden dan te ver van hun oorspronkelijke erf komen te wonen en bovendien zijn deze lange gebouwen dunwandig en kan men duidelijk horen wat er in andere kamers gebeurt. In delen van Leyte en Samar laat de overheid, ondanks deze bezwaren, toch 'long houses' bouwen. De gemeente en de burgemeester van Maribojoc zagen hier echter vanaf en kozen voor individuele tijdelijke huisvesting. Hiervoor werd een model ontwikkeld van lokale materialen, die tenminste vijf jaar meegaan en 45.000 peso (€750 ) per stuk kosten. Het was de bedoeling dat FGN hieraan €5.000 zou besteden. Maar enkele weken geleden bleek dat er naast de nationale overheid nogal wat organisaties, politici en zakenlui/bedrijven zijn die aanbieden om tijdelijke huisvesting te bekostigen, ook voor Maribojoc. FGN heeft daarom besloten hier geen geld aan te besteden en samen met de lokale overheid en enkele lokale organisaties goede sociaal economische projecten te zoeken of te ontwikkelen, die mensen helpen een nieuw bestaan op te bouwen.

In de eerste weken van hun verblijf van de FGN vertegenwoordigers bleek dat veel bewoners zelf aan het klussen waren om hun woning weer bewoonbaar te maken. Men had gereedschap en hout, maar een chronisch gebrek aan spijkers. Ze hebben daarom op de behoefte ingespeeld en een bedrag van 200 euro besteed aan heel veel kilo's spijkers, die tot een golf van timmeractiviteiten in de dorpen leidde.

Tenslotte

7. Huiswerk bij zonnelampDe FGN vertegenwoordigers hadden ruim 20 zonnepaneellampen (Waka-waka – ter grootte van een zaklamp) meegenomen, een deel ervan met de mogelijkheid om mobiele telefoons op te laden. Die hebben ze in de dorpen die het verst van het centrum liggen beschikbaar gesteld aan gezinnen met ouderen die slecht ter been zijn en met kinderen die 's avonds huiswerk moeten maken.

Uit ervaring heeft FGN ondervonden dat het niet meevalt om zelfs een beperkt bedrag aan hulpgelden te besteden aan wederopbouw in een getroffen gebied, waar geen sterke maatschappelijke organisaties of goed georganiseerde en onafhankelijke zelforganisaties aanwezig zijn. Zelfs met goede contacten met lokale en betrouwbare bestuurders valt dat niet mee. Er komt ontzettend veel af op een burgemeester en lokale bestuurders. Bovendien blijven lokale politieke verschillen een rol spelen, ook bij een ramp als deze.
Vele hulporganisaties en goede gevers melden zich, maar hebben hun eigen protocol en aanpak. Een goede besteding van relatief kleine bedragen zal ongetwijfeld gemakkelijker verlopen als het besteed wordt aan één specifiek project. FGN heeft er echter voor gekozen in te spelen op behoeften ter plaatse, zonder daarmee de verantwoordelijkheid uit handen te nemen van de lokale of nationale overheid. Dat bleek niet de weg van de minste weerstand. Van de €14.000 die binnenkwam is nu €9.500 besteed, waardoor er nog ruim €4.500 te besteden is.

28 januari 2014
Filippijnengroep Nederland

 

]]>
no-spam@tambuli.nl (Evert de Boer) Maatschappelijk Tue, 28 Jan 2014 20:58:47 +0000