Deprecated: iconv_set_encoding(): Use of iconv.internal_encoding is deprecated in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/string/string.php on line 28

Deprecated: iconv_set_encoding(): Use of iconv.input_encoding is deprecated in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/string/string.php on line 29

Deprecated: iconv_set_encoding(): Use of iconv.output_encoding is deprecated in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/string/string.php on line 30

Deprecated: preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/filter/input.php on line 652

Deprecated: preg_replace(): The /e modifier is deprecated, use preg_replace_callback instead in /domains/tambuli.nl/DEFAULT/libraries/joomla/filter/input.php on line 654
Toon items op tag: editie 2 2014 http://tambuli.nl Fri, 15 Dec 2017 08:09:34 +0000 Joomla! - Open Source Content Management nl-nl Van de redactie: Editie 2 2014 http://tambuli.nl/tambuli-archief/item/625-van-de-redactie-editie-2-2014 http://tambuli.nl/tambuli-archief/item/625-van-de-redactie-editie-2-2014

Het is alweer vier maanden geleden dat de Filipijnen getroffen werd door supertyfoon Haiyan, die zware schade aanrichtte. De tijd van wederopbouw is aangebroken, maar in de praktijk gaat dat nog niet zo vlot.

In deze Tambuli drie artikelen uit het veld die laten zien hoe moeizaam de herstelwerkzaamheden op gang komen. In het vierde artikel wordt de tussenrapportage van de Samenwerkende Hulporganisaties, die op 6 maart uitkwam, op een positief kritische manier onder de loep genomen. Daarnaast een verhaal van een in Nederland wonende Filipina uit Ormoc, die vertelt hoe haar leven als meisje en jonge vrouw bepaald werd door de Filipijnse machocultuur. De rubriek biodiversiteit gaat over de Visaya tijgerkat. Dat Tacloban ruim honderd jaar geleden ook getroffen werd door twee supertyfoons wordt uit de doeken gedaan in de rubriek historische nieuwsfeiten.

Om de uitgave van het digitale Filipijnenmagazine Tambuli mogelijk te maken willen we u vriendelijk verzoeken om een donatie over te maken. U kunt uw bijdrage overmaken naar bankrekening 4075793 van het Filippijnengroep Nedreland, Utrecht – ovv bijdrage Tambuli
Alvast bedankt.

We wensen u veel leesplezier,
Namens de redactie,
Evert de Boer & Thijs Struijk

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) Archief Sun, 23 Mar 2014 21:21:38 +0000
Hulpverlening in het noorden van Cebu ondermaats http://tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/624-hulpverlening-in-het-noorden-van-cebu-ondermaats http://tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/624-hulpverlening-in-het-noorden-van-cebu-ondermaats

1. Uitdelen van hulpgoederenIn de media gaat het meestal over de verwoestingen die tyfoon Haiyan in Tacloban en op het eiland Leyte aanrichtte. Andere delen van de Filipijnen werden echter ook zwaar getroffen door de supertyfoon. Een van die gebieden waar we weinig over horen is het noorden van het eiland Cebu en de kleine eilanden die westelijk daarvan liggen. Ubo Pakes en zijn vrouw Leny wonen in Cebu City en trekken regelmatig naar het noorden om er te helpen de nood te lenigen. Hieronder een verslag van Ubo.

Tekst en foto's van Ubo Pakes

2. Uitdelen - georganiseerd en orderlijkSamen met medewerkers van het Women's Resource Center van de Visayas (WRCV) in Cebu City en van verwante organisaties, zijn mijn vrouw Leny Ocasiones en ik een week na de tyfoon met noodhulp naar het noorden van Cebu afgereisd. Dit was een schokkende ervaring. Honderden, misschien wel duizenden mensen stonden langs de weg en vroegen zwijgend, fluisterend en soms schreeuwend om eten en steun. Voor sommige kinderen leek het een spelletje, maar veel ouderen zaten vrij apathisch langs de weg. Er was op dat moment ook een colonne auto's uit Cebu City op weg naar het noorden om voedsel en kleren uit te delen. Het uitdelen gebeurde grotendeels langs de kant van de weg, zonder dat er van veel organisatie sprake was, zodat het recht van de sterkste gold. Veel van dit soort uitdeelacties werden niet of nauwelijks gecoördineerd met organisaties of de bewoners, waardoor niet iedereen datgene kreeg waar men behoefte aan had.
In de gebieden waar wij naar toegingen heeft de vrouwenorganisatie eigen mensen in de gemeenschappen, de "organizers". Zij kennen de mensen en de situatie. Ze weten precies hoeveel families er zijn en wat er nodig is en hadden daar lijsten van gemaakt. Het uitdelen van de spullen ging daarom overal erg gedisciplineerd. Lastig en pijnlijk was het, dat er bijna altijd meer mensen kwamen opdagen dan voorzien en dan moesten we mensen teleurstellen omdat we gewoon niet meer hulpgoederen bij ons hadden.

Bantayan eiland

Wij zijn daarna nog een paar keer op pad geweest en hoe belangrijk coördinatie bij de hulpverlening voor de mensen in het gebied is, bleek uit ons bezoek aan het eiland Doong tussen kerst en oud en nieuw. Doong en het grotere eiland Bantayan liggen op een uur varen ten westen van de noordelijke punt van het eiland Cebu. Beide eilanden hebben zwaar te lijden gehad onder de tyfoon. Op Bantayan is de havenplaats Sta Fe, liggend op de zuidelijke oostpunt, onherkenbaar verwoest en de noordelijke plaats Madridejos is voor 80 procent vernield. Alleen de plaats Bantayan kwam er relatief gezien beter 3. De vernielde markt in Bantayanaf, omdat het aan de westkant van het eiland ligt. De markt was er echter zwaar beschadigd, maar onder de bordjes "Beware of falling objects" ging de handel gewoon door. Op Bantayan wonen ongeveer 175.000 mensen, waarvan er tijdens de tyfoon meer dan 20 omkwamen. Nagenoeg de hele infrastructuur op het eiland is vernield of beschadigd.
Tijdens ons bezoek woonden veel mensen op beide eilanden nog in tenten.

Doong eiland

Van onze "organizers" op Doong, dat 2500 inwoners heeft, hadden we gehoord dat de vrouwen vooral behoefte hadden aan sanitatie kits (maandverband, zeep etc.) en bouwmaterialen. "Alsjeblieft niet nog meer noodles en sardines", hadden we te horen gekregen. Op Doong viel vooral op dat de schade veel meer zichtbaar was dan op het vasteland. Op het vasteland is al het oude ijzer en oude dakmateriaal al verkocht aan de schroothandelaren. De transportkosten naar en op het eiland zijn gewoon te hoog, dus hingen er nog dakplaten en stalen dakspanten in de bomen. De inwoners van Doong verwachtten heel weinig hulp meer van de gemeente en de provincie en ze waren daarom zelf, met de hulp van internationale vrijwilligers, bezig met reparaties en herbouw van hun huizen. De tijdelijke kliniek op het eiland werd bemenst door Duitse vrijwilligers. Iedere school had op het schoolterrein een aantal noodlokaaltjes staan die bedekt waren met tentdoek. Aan de reparatie van de scholen werd gewerkt door Duitse en Canadese vrijwilligers.

Het leven gaat door

4. Spontaan concert in Batteria - DaanbantayanEen andere keer waren we op weg naar Daanbantayan, helemaal in het noorden van Cebu, naar gezinnen in Virgin Beach. De weg er naar toe ging voor een deel door een bos dat me deed denken aan de oorlogsfoto's uit de eerste wereldoorlog. Elke boom was beschadigd. Een beangstigend gezicht. In hetzelfde gebied kwamen we langs een plek waar geknakte bomen een soort van erehaag vormden voor de mensen die op het uitdelen van hulpgoederen stonden te wachten. Van de huizen stond af en toe niet veel meer overeind dan een poort.
Door het maken van foto's kijk ik op een andere manier naar dingen en soms naar mensen, dit helpt mij om alles in perspectief te plaatsen. Toch blijft het me verbazen, want waar je ook komt, hoeveel schade en ellende je ook ziet, er wordt altijd wel gelachen. Dat geldt zeker voor de kinderen, voor wie alle nieuwe dingen en activiteiten ook een aanleiding vormen om te spelen.
Deze houding komt waarschijnlijk voort uit het feit dat mensen accepteren dat dit soort erge dingen nou eenmaal gebeuren. Tyfoon of niet, het leven gaat door. De geiten moeten nog steeds eten en de omgevallen kokospalm voor de school is gewoon een prima wipwap!

In Batteria, Daanbantayan moesten we een keer even wachten op de rest van de groep. Bij het zien van een microfoon gingen mensen spontaan zingen en ontstond er een concert. Ze gingen er helemaal op in, maakten plezier en vergaten even alle toestanden om zich heen.

Geen hulp van de overheid

5. Kinderen tekenen over hun ervaringenIn San Remigio, in het noordwesten van Cebu, hield de vrouwenorganisatie een bijeenkomst voor kinderen om hen te helpen bij het verwerken van hun ervaringen. We dachten een sessie te kunnen doen met ongeveer 50-75 kinderen, maar er bleken er 160 te zijn. Even slikken en dan toch maar improviseren. Gelukkig waren er veel vrijwilligers en hadden we extra materiaal bij ons. Sinds die keer maakt een megafoon deel uit van de standaarduitrusting.

Met de vrijwilligers van de vrouwenorganisatie zijn we op 23 februari voor het laatst in het noorden van Cebu geweest, waar we met hulpgoederen en begeleidingsactiviteiten meer dan 200 families hebben bereikt. Wat opvalt is dat de emotionele en psychische schade bij veel mensen en kinderen nog heel erg groot is. Er stromen veel tranen als ze vertellen over wat ze meemaakten tijdens de storm.
Ook hier hebben de mensen weinig hulp gekregen van de lokale overheden en ze verwachten ook weinig meer. Vaak zijn er wel vertegenwoordigers van de provincie langs geweest om een eerste inventarisatie te maken, maar daarna heeft men niks meer gehoord. Veel mensen wonen nog in tenten of gebruiken het tentdoek als extra laag voor het dak of als luifel voor hun beschadigde woning. In San Remigio deelt een Duitse NGO dakmateriaal uit, maar de rest van het huis moet men zelf bouwen. Veel mensen hebben hier echter geen geld voor en dus liggen tientallen dakplaten te wachten op een nieuwe woning.
6. Volledig vernield schoolgebouwVan veel beschadigde scholen is het puin opgeruimd en zijn klaslokalen zoveel mogelijk in orde gemaakt. De school in Medellin, die ook in de documentaire van KRO's Brandpunt over Cebu werd getoond, is nog net zo beschadigd als vier maanden geleden.
We hebben echter het idee dat het leven langs de provinciale en doorgaande wegen weer redelijk op gang is gekomen. De goede bereikbaarheid heeft er voor gezorgd dat, zowel direct na de tyfoon als ook daarna, de stroom aan hulpgoederen redelijk op gang is gekomen.

Media aandacht in Filipijnen ook verdwenen

Niet alleen kwam veel van de hulp erg laat en was de coördinatie bijzonder slecht, de verhalen over incompetentie en corruptie worden helaas steeds talrijker. Al vrij snel na de tyfoon klaagden international hulporganisaties dat veel van de bunkhouses die gebouwd werden als tijdelijk onderkomen niet aan de internationale standaarden voldeden. Bunkhouses zijn lange gebouwen met kleine wooneenheden of kamers voor 24 gezinnen. Een snel onderzoek van de Filipijnse overheid bracht aan het licht dat de bouwkosten van deze bunkhouses niet te hoog waren, maar dat de gebruikte materialen van inferieure kwaliteit waren. Op dit moment ligt het ministerie van Sociale Zaken en Ontwikkeling (DSWD) opnieuw onder vuur omdat de zakken rijst van 25 kg, die zijn uitgedeeld, slechts 20 kg wegen. Bovendien circuleren er berichten dat aan slachtoffers van de tyfoon 1200 peso betaald zou zijn om gunstige evaluaties te schrijven. Ook via mijn netwerk van internationale organisaties in Leyte en Samar komen veel negatieve verhalen binnen. Voor veel politici lijkt de noodhulp en de enorme tragedie in het gebied een middel om vooral aan zichzelf te denken.

Op TV en in de media is er weinig aandacht meer voor de overlevenden van de tyfoon en de situatie in de getroffen gebieden. Zowel de plaatselijke als de landelijke media besteden aanzienlijk meer aandacht aan de rel rondom de van verkrachting beschuldigde filmster Vhong Navarro, de grootschalige corruptieschandalen rondom Janet Napoles en aan dagelijkse quizzen en showbizz gebeurtenissen, dan aan de gevolgen van de tyfoon en de wederopbouw.

7. Ubo tussen de kinderen

 

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) Natuurgeweld Sun, 23 Mar 2014 19:32:10 +0000
Stormsurge 8 november 2013, twee maanden later … http://tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/623-stormsurge-8-november-2013-twee-maanden-later http://tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/623-stormsurge-8-november-2013-twee-maanden-later

1. Het opruimen van het puinTwee maanden nadat tyfoon Haiyan grote schade aanrichtte op de eilanden in het centrale deel van de Filipijnen, bezocht fotografe Yvette Wolterinck begin januari 2014 het eiland Leyte. Hoewel fotograferen haar beroep is beschrijft ze hieronder voor Tambuli wat ze tijdens haar reis tegenkwam en hoe dat haar raakte.

Tekst en foto's: Yvette Wolterinck

De reis naar Leyte begint vandaag, 8 januari 2014. Wat staat me te wachten? In een gebied waar de grootste tyfoon ooit overheen is getrokken. Wat neem ik mee? Is er iets te eten? Is er water? Ik ben op het ergste voorbereid en heb voor alle zekerheid veel water, koekjes en extra accu's voor mijn camera meegenomen, want elektriciteit is er niet. Samen met Helen, die voor een NGO in Manilla werkt, zijn we voor Wereldkinderen op pad gegaan en hebben een aantal dagen op Leyte rondgereden.
De voorbereidingen die ik getroffen had waren puur praktisch. Psychisch was ik niet voorbereid op wat ik zou zien. Ik kon geen zinnen op papier krijgen. Ik zag de restanten van een oorlog, verwoesting, puin, verdriet, lachende gezichten, angst, zeildoeken, tenten, armoede, rook, zooi, machteloosheid en afgebroken bomen, wat eens prachtige weelderige palmbomen moeten zijn geweest.
Er lijkt in de twee maanden na Yolanda (lokale naam voor Haiyan) niets gebeurd te zijn. De elektriciteitsdraden hangen nog steeds als spinnenwebben over de straten, puin ligt op plekken waar ooit huisjes stonden. Een enorm schip is op de kade gesmeten, waarop mensen nu hun huis hebben gemaakt.

Hartverscheurende verhalen

2. Ik zag restanten van een oorlogBij het weeshuis van Wereldkinderen in Tacloban aangekomen, zie ik dat ook dit huis niet gespaard is gebleven. Het dak ligt helemaal vol met blauwe tentdoeken en het speelpaleis voor de allerkleinsten is totaal verwoest. Het water is overal naar binnen gelopen en je ziet de sporen ervan op het meubilair. De spaanplaat laat hier en daar los. De computers zijn gecrasht en de voorraad rijst is onbruikbaar geworden.
De kinderen zelf zijn gered door de bewaker van het huis.
Ik hoor het verhaal van een jongetje dat zich aan een boom kon vasthouden. De boom zat vol met mensen die er in geklommen waren. Hij heeft zijn ouders voorbij zien drijven. Hij huilt iedere dag. Een baby van drie maanden is zijn ouders verloren en is nu alleen met andere weeskinderen in het weeshuis. Het werk van Wereldkinderen is bijzonder te waarderen; zij vangen de nieuwe weeskinderen met veel liefde op.

De verhalen van de mensen die ik op straat sprak, zijn hartverscheurend. Iedereen heeft wel iemand binnen de familie verloren.
Ze waren gewaarschuwd voor een 'stormsurge', maar niemand wist wat dat inhield.
Stormen kennen ze wel; vele ervan hebben ze overleefd. Dat er zes meter hoge golven zouden komen, daar waren ze niet op voorbereid. Het woord 'stormsurge' was niet goed uitgelegd.

Op straat zie ik hier een daar een winkel met 'Yolanda Store'. Omdat de hulpverlening niet altijd even goed gecoördineerd werd, zijn er de mensen die spullen dubbel hebben ontvangen van de noodhulpdiensten of ze hebben spullen gekregen die ze niet echt nodig hadden. Daarom worden uitgedeelde hulpgoederen nu soms in deze winkels verkocht.

Bedrijvigheid

3. Bedrijvigheid - Frame voor een nieuw huisOm me heen zie ik veel lachende gezichten. De mensen zien er verzorgd en opgewekt uit. De enorme positiviteit die de mensen uitstralen valt erg op. Het blijkt dat zij veel steun halen uit de kerk. Hun geloof geeft hen hoop. Dat ze deze tyfoon hebben overleefd geeft hen kracht.
Op straat is veel bedrijvigheid; op de vuilnisbelt wordt gezocht naar bruikbare materialen voor een beschadigde of totaal verwoeste woning. Even verderop wordt gewerkt aan een huis, met houten palen voor een goed nieuw frame. Weer anderen leven hiervan. Ze verkopen hout dat ze van de gebroken palmbomen hebben kunnen afzagen. Palmhout is niet het allerbeste hout, maar de mensen hebben geen geld, dus ze hebben geen keuze.
Van de regering krijgen ze water en rijst. Verder is er nog weinig te zien. Ze hebben behoefte aan elektriciteit, een dak boven hun hoofd en basale dingen als zeep, tandpasta, kleding en handdoeken. Afgaande op hoe het enorme spinnenweb van elektriciteitsdraden eruit ziet, schat ik dat het minimaal een half jaar gaat duren voor dit hersteld is.
Dus geen licht, geen koeling, geen tv, geen radio, geen oplader voor de telefoon. De mensen zijn echter inventief: voor een paar centen kun je je telefoon via zonnepanelen opladen. Een enkeling heeft de luxe van een generator. Omdat het contact met de buitenwereld stroef verloopt, weten ze niet wat er verder speelt. Zo ging er op een gegeven moment een sms rond dat er een nieuwe tyfoon op komst was. Ze wisten niet wat ze moesten geloven. Opnieuw heerste er angst.

Zo groot als Nederland

's Avonds eten wij in één van de weinige restaurants die open zijn en door een eigen generator van stroom wordt voorzien. Een BBQ kip is nu wel iets duurder, namelijk €0,95 voor een groot bord.
's Ochtends ben ik vroeg wakker, beelden gaan door mijn hoofd en ik voel machteloosheid. Er zijn zoveel mensen getroffen. Hoe nu verder? Met groot verlies van kinderen en geliefden, zonder huis, vaak zonder werk, zonder kleding. Het gebied waar de tyfoon huishield is minimaal even groot als Nederland en 14 miljoen mensen zijn getroffen. Het is niet te bevatten. Het verbaast me dat de Filipijnen de schouders eronder zetten en doorgaan. Zo goed en zo kwaad als het gaat bouwen ze hun bestaan weer op, vanaf de basis. Later hoor ik dat er toch veel mensen zijn die het psychisch niet redden. Ze kunnen het grote verlies niet aan, of zijn van angst doorgedraaid.

Die ochtend eten we gekookte rijst met een ei.
We gaan weer op pad met het busje. Van familie tot familie. Van dorp tot dorp. Tacloban, Palo, Tanauan, Tolosa, Burauen, Dagami... of wat er nog van over is.
We zien palmbomen waarvan alleen de stompjes nog overeind staan, was die buiten hangt, scholieren die weer naar school gaan en in tenten zitten, een enkel 'supermarktje' langs de kant van de straat naast een puinhoop. We komen langs massagraven en hier en daar zijn mensen in de berm begraven. Allemaal met dezelfde sterfdatum: 8 november 2013. We rijden langs een grote puinhoop. Het zijn de resten van een ingestort flatgebouw. Een vreselijke kadaverlucht komt me tegemoet en ik besef dat het de geur van dode mensen is. Een van de plekken waar ze de lijken nog niet opgeruimd hebben. Hoe moet het hier vlak na de tyfoon geroken hebben? Ik wil het niet weten.

Schuldgevoel

Niet zover hiervandaan ligt de zee. Ondanks de tropische temperaturen zie ik niemand zwemmen. De mensen zijn bang. Bang voor de zee. Vissers hier hebben een haat-liefde verhouding met de zee. Toch zullen ze de zee weer op moeten. Voorlopig worden grote vissen niet gevangen, omdat ze misschien van de lijken gegeten hebben...

Die avond, in mijn luxe hotel, spoel ik het stof onder een hete douche van me af en voel me schuldig. In gedachten kijk ik naar deze mensen. Het is niet mijn verhaal, maar dat van hen. Ik kan straks terug naar huis. Vergeleken met dit gebied, waar de mensen hun best doen om te overleven, is dat een paradijs. Ik heb voldoende te eten, goede hygiëne, een warme douche, een handdoek om me mee af te drogen, een schone jurk en ik kan kiezen wat ik ga eten. En dan ga ik af en toe ook nog eens op vakantie!

Ormoc

5. Huis voor weeskinderen in OrmocDe reis wordt vervolgd met een bezoek aan de stad Ormoc, die bijna net zo zwaar getroffen is als de plaatsen aan de noord-oostkant van Leyte. Ook hier ontmoeten we families die, zo goed en zo kwaad als het gaat, in de puinhopen van hun huis leven. Het is ongelooflijk dat ze altijd maar blijven lachen, warm en vriendelijk zijn. We worden zelfs uitgenodigd om een hapje mee te eten.
Vervolgens bezoeken we het weeshuis in Ormoc. Het dak vertoont gaten en moet nodig gerepareerd worden om de kinderen een veilig onderkomen te bieden. Zij hebben de pech dat ze buiten alle bestaande regelingen van overheidshulp vallen. Daarom zijn ze volledig afhankelijk van de Katholieke kerk en particuliere giften.
Op dat moment besluit ik het weeshuis in Ormoc te helpen en vraag hen waar ze het meeste behoefte aan hebben.
De 'houseparents' (medewerkers die als ouder voor de kinderen zorgen) hebben het eveneens zwaar, ook hun gezin is getroffen en velen hebben geen huis meer. Ze moeten het zelf zien te rooien; sommigen zonder huis, anderen met een ingestort dak. Reparatie is voor hen in veel gevallen onbetaalbaar.

Nadat wij veilig in een ander gedeelte van de Filipijnen zaten, zagen wij op het nieuws dat het weer dramatisch is op Leyte. Het regent aan een stuk door en 30 procent van de tenten is weggedreven....

Facebook actie

Terug in Nederland begin ik een facebook actie. Het loopt storm. Binnen twee weken heb ik vijf grote dozen vol met kinderkleding, slippers, handdoeken, zeep en tandpasta. Hiermee kunnen veel kinderen geholpen worden. Met de donaties van mensen om me heen kon ik houseparent Genevieve helpen een huis te kopen! Inmiddels is er genoeg op de rekening om een andere familie aan een nieuw huis te helpen! Een nieuw huis kost rond de 600 euro, afhankelijk van de grootte van het huis. Als Nederlander die het goed heeft, vind ik dat ik wat terug moet doen voor de samenleving en dat voelt bijzonder goed! Ik ga ermee door en heb Eyescream for Help in het leven geroepen – 

http://www.eyescreamforhelp.com of http://www.facebook.com/eyescreamforhelp

4. Bedankjes voor iedereen die hielp - Homeless but not hopeless

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) Natuurgeweld Sun, 23 Mar 2014 19:26:05 +0000
Waar zijn de fondsen voor de wederopbouw? http://tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/622-waar-zijn-de-fondsen-voor-de-wederopbouw http://tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/622-waar-zijn-de-fondsen-voor-de-wederopbouw

1. Waar blijven de fondsen voor wederopbouwEen toenemend aantal burgemeesters in de Filipijnen vraagt zich af waar de fondsen van de nationale overheid voor de wederopbouw blijven.

Vertaling: Erniël G. de Boer

Het Filipijnse ministerie van Begroting en Management kondigde vorige maand aan dat er al 17,7 miljard peso is vrijgegeven voor de wederopbouw van de door tyfoon Haiyan getroffen gebieden. Tegelijkertijd uitten burgemeesters van verschillende gemeenten hun frustraties over het gebrek aan financiële steun van de nationale overheid. Panfilo Lacson, de presidentiële assistent voor herstel en wederopbouw, gaf echter aan dat slechts elf burgemeesters hun plannen hebben ingediend voor de wederopbouw van door Haiyan getroffen dorpen en steden.

2. Guiuan is grotendeels verwoestIn februari 2014 kondigde het ministerie van Begroting en Management (DBM) aan dat er vanuit de overheid al 17,7 miljard peso is vrijgemaakt voor de wederopbouw. Van de 17,7 miljard peso is 5,7 miljard besteed aan het herstel van de infrastructuur, terwijl 2,2 miljard werd toegewezen aan de bouw van permanente woningen. Het grootste deel van de uitgaven voor infrastructuur ging naar het herstel van het elektriciteitsnetwerk. Bijna een miljard peso werd uitgegeven aan tijdelijke banen voor ontheemde families (het zogenaamde cash voor werk programma), terwijl 1,9 miljard werd besteed aan voedseldistributie. Daarnaast werd één miljard peso uitgetrokken voor het onderwijs en de gezondheidsdiensten en ging er twee miljard peso naar lokale overheidsdiensten. De kosten voor het verstrekken van zaaigoed (rijst en maïs), vissersuitrustingen en landbouwwerktuigen kwamen uit het 2,9 miljoen grote fonds voor herstel van landbouw en visserij in de getroffen gebieden.

Waar zijn de fondsen voor de wederopbouw?

Burgemeesters uit verschillende delen van het land klaagden echter dat ze vanuit de nationale overheid geen hulp krijgen voor hun herstelwerkzaamheden. Twee burgemeesters van gemeenten in het noorden van Cebu, die te maken hebben met zware verwoestingen, stelden bij een openbaar forum de vraag waarom de nationale overheid nog steeds geen steun heeft gegeven voor de wederopbouw in hun gemeenten. Ze uitten hun frustratie over het feit dat de nationale overheid het, in hun ogen, geheel laat afweten wat betreft de hulpverlening en de wederopbouw.
Tijdens een vierdaagse reis naar het rampgebied hoorden de journalisten van de Philippine Daily Inquirer in hun interviews met burgemeesters hierover steeds dezelfde klaagzang.
Burgemeester Christopher "Sheen" Gonzales van Guiuan vertelde dat hij presidentiële assistent Lacson tijdens diens bezoek op 26 januari aansprak over de situatie in zijn gemeente. Hij vertelde Lacson dat de noodlijdende bevolking hem massaal om hulp vroeg: om huizen te bouwen, voor banen en voor andere dingen die van burgemeesters en politici verwacht worden. Hij gaf Lacson een lijst met projecten die voor de gemeente een hoge prioriteit hebben: gemeentelijke gebouwen, gezondheidscentra, openbare gebouwen en scholen. Totaal begrote kosten 164 miljoen peso. Maar hij heeft sindsdien niets meer van Lacson of andere overheidsvertegenwoordigers gehoord of gezien.

Benadering van onderop

Voormalig senator Lacson zegt dat hij voor een "bottom-up" benadering heeft gekozen om het herstel te bespoedigen. Dat doet hij door met de burgemeesters te praten, in plaats van te wachten op de inventarisatie van de benodigde hulp bij wederopbouw door het Bureau van Civiele Bescherming en de verschillende regionale raden voor risicobeperking bij rampen, die niet eerder dan eind maart klaar zal zijn.
"Ik doe een beroep op onze lokale leiders om niet te wachten op de nationale overheid of op de particuliere sector. Ze moeten hard aan het werk om de herstelwerkzaamheden te bespoedigen. Om te beginnen kunnen ze inventariseren wat er nodig is en hun plannen voor wederopbouw bij mij indienen."
Lacson gaf aan dat het voor hem gemakkelijker is om hulp voor wederopbouw, die de lokale overheidsinstellingen nodig hebben, te bespoedigen als zij hun plannen zo snel mogelijk indienen. 3. Burgemeester Tecson of Tanauan City"Maar," zo zegt hij, "tot nu toe hebben slechts 11 burgemeesters hun uitgewerkte plannen om de door tyfoon Haiyan getroffen dorpen en steden te herbouwen ingediend."
Eén van hen is de burgemeester van Tanauan City, die een routekaart voor de wederopbouw heeft uitgewerkt. Voor de uitvoering ervan wacht hij echter niet op de nationale overheid en werkt keihard om zijn plannen voor de stad met 53.000 inwoners alvast in de praktijk te brengen.

Tanauan City, Leyte

Tanauan City ligt op ongeveer 40 kilometer ten zuiden van Tacloban aan de oostkust van Leyte. De stad werd zwaar getroffen, vooral vanwege de metershoge en allesvernietigende tsunami-achtige vloedgolven. Ondanks de nodige voorzorgsmaatregelen vielen er maar liefst 1,376 doden, vooral gezinnen die vlak langs de kust woonden werden getroffen. Burgemeester Tecson, die meer dan 20 jaar in Singapore woonde en werkte voor hij in 2013 terugkeerde, ging vlak na de tyfoon zelf op de motorfiets naar Tacloban om hulp te halen. In zijn wederopbouwplannen gaat hij doortastend te werk. Op basis van zijn contacten en ervaringen mobiliseert hij overheidsdiensten en bedrijven. Zo zorgde hij voor bouwmaterialen waarmee een begin kan worden gemaakt met de bouw van huizen voor 1200 gezinnen. Deze gezinnen woonden langs de kust en worden geherhuisvest op een veiliger plek. Ze krijgen een stuk grond van 36 vierkante meter en volgen een training om zelf te kunnen helpen bij de bouw. Alle woningen krijgen een tweede verdieping en er zullen wegen, riolering drainage en gemeenschapsfaciliteiten worden aangelegd.
Aan het herstel van de 40 scholen wordt hard gewerkt met hulp van Zuid-Koreaanse soldaden.
Tijdens een trip door de gemeente wees Tecson op de uitgestrekte rijstvelden die in mei geoogst kunnen worden, zo rond de tijd dat naar verwachting de verstrekking van de noodhulprantsoenen zullen eindigen. Tecson vertelde dat de FAO en Oxfam 2500 zakken zaaigoed beschikbaar stelden waarmee 2500 hectare rijst is gezaaid.

Marabut, Samar

4. Marabut, totaal vernieldBurgemeester Percival Ortillo Jr. van Marabut, in zuidwest Samar, krabt achter zijn oren wanneer hem gevraagd wordt naar het programma van wederopbouw van de Aquino regering.
"Ik heb in nieuwsberichten gelezen over miljarden peso´s die beschikbaar zijn voor de wederopbouw", zei Ortillo, "maar ik heb er niets van gemerkt."
Ortillo had zijn zaakjes goed voor elkaar en is er in geslaagd om de 18.500 inwoners (ruim 6.000 gezinnen) van Marabut grotendeels te beschermen. Hij heeft ze in veiligheid gebracht door ze te evacueren naar scholen, kerken en twee grotten. Er vielen dertig doden in de totaal verwoeste stad. "Het waren de koppige inwoners die weigerden hun huizen te verlaten," vertelde hij over de slachtoffers.
De burgemeester was de stad uit toen Lacson eind januari een verrassingsbezoek bracht aan Marabut. Maar Ortillo had een rapport van 93 pagina's klaar liggen over de schade en de plannen voor de wederopbouw, met een budget van 729 miljoen peso. Dat is inclusief het herstellen van de infrastructuur en de huisvesting van de overlevenden buiten de vereiste 40-meter vanaf de kustlijn, de zogenaamde 'no-build' zone.
"Dit is alles wat ik nodig heb," vertelde Lacson aan het personeel van het gemeentehuis. Maar de burgemeester heeft tot nu toe niets meer van Lacson gehoord.
Bij gebrek aan actie vanuit de nationale overheid hebben de katholieke liefdadigheidsinstelling Caritas en het Internationale Rode Kruis aangeboden om 300 huizen te bouwen voor gezinnen in Marabut die alles kwijt zijn.

5. Burgemeester Ortillo of MarabutWantrouwen

"Het probleem is dat de overheid de gemeenten niet vertrouwt" meent Ortillo, een 49-jarige advocaat, die voorzitter is van de liga van burgemeesters in westelijk Samar.
Volgens Ortillo heeft Lacson geen zeggenschap over de overheidsfondsen voor wederopbouw. "Lacson gaat een zware tijd tegemoet." zei de burgemeester. Hij vraagt ​​zich af waarom minister Mar Roxas van Binnenlandse Zaken en Lokale Overheden verantwoordelijk is voor de wederopbouw in de gemeenten. "Dat ministerie is niet een uitvoerende instantie, het is een adviesorgaan voor burgemeesters en lokale overheden. Er zijn al drie maanden voorbij. We hebben tot nu toe geen enkele steun gekregen van de nationale overheid. De maatschappelijke organisaties die hebben geholpen bij de eerste fase van hulpverlening zijn nu pas bezig met het uitvoeren van evaluaties voor wederopbouw."
Hij wees erop dat de bevolking van Marabut, van wie de helft afhankelijk is van de opbrengst van de kokosnootbomen en de andere helft van de visserij, geen honger heeft. "Er zijn nog voedseldonaties van de internationale organisaties beschikbaar, maar de overheid moet nu snel komen met een steunprogramma voor herhuisvesting en levensonderhoud." Volgens Ortillo zijn bijna alle huizen in de omgeving vernield of beschadigd. Bovendien verwoestte Haiyan miljoenen kokospalmen en duurt het zeven jaar of meer voordat de nieuw geplante kokospalmen vruchten zullen dragen.

Geen rust voor de vermoeiden

6. Luisten naar radio voor berichten over hulpverleningTerwijl de gemeente Guiuan nog steeds wacht op de hulp die werd toegezegd, zei burgemeester Sheen Gonzales dat hij de laatste resten van de bodem van het vat moet schrapen om aan de behoeften van de bevolking te voldoen. Dit terwijl er de komende maanden meer stormen worden verwacht.
Burgemeester Gonzales heeft veel waardering gekregen van de hulporganisaties, die in zijn district werkzaam zijn, omdat hij op een vernieuwende manier te werk is gegaan. Een voorbeeld daarvan is het opzetten van een radiostation door de Britse organisatie Internews, die vlak na de ramp dagelijks enkele uren uitzond en informatie gaf over plekken en tijden waar noodhulp zou worden uitgedeeld en die oproepen liet horen over mensen die gezocht werden. In de wijken van Guiuan en in de dorpen van de gemeente werden kleine radio's uitgedeeld, zodat de inwoners naar uitzendingen konden luisteren.
Een buitenlandse hulpverlener zei dat hij erg onder de indruk was door de aanpak die in Guiuan werd gehanteerd. Hij vertelde dat de gemeente voor de ramp al goed georganiseerd was en dat ze daar na de ramp veel profijt van hebben gehad. Ze hadden ervoor gezorgd dat ze zwaar materieel hadden klaarstaan, zodat ze gelijk na de storm op een efficiënte manier konden beginnen met het opruimen van het puin. "Toen ik hier zeven dagen later aankwam, vertelde men mij over de voorbereidingen die men had getroffen voordat de tyfoon aan land kwam. Hulpgoederen waren al naar de verschillende wijken en dorpen gebracht en daar op veilige plaatsen opgeslagen. Op sommige plaatsen waren van te voren al hulpgoederen aan de inwoners uitgedeeld."
"Verschillende groepjes vrijwilligers waren belast met zeer specifieke taken die van te voren waren afgesproken. Daardoor konden ze gelijk na de ramp aan de slag, ze wisten wat hen te doen stond."
In Guiuan kregen de vermoeiden geen rust. Sinds tyfoon Haiyan zijn er nog drie stormen geweest, waardoor de overlevenden gedwongen werden om hun tijdelijke onderkomens en opgelapte woningen te verlaten en naar evacuatiecentra te gaan.

Tekortkomingen van de overheid

7. Lacson op persconferentie in MalacanangIn een persconferentie, die vorige maand werd gehouden in het presidentiële paleis Malacañang, erkende Lacson de tekortkomingen van de overheid om te zorgen voor onderdak en herhuisvesting van slachtoffers van de tyfoon. Terwijl de Nationale Huisvestingsautoriteit wel lolaties voor de vestiging van de ontheemden had aangewezen, waren er vanuit de overheid geen fondsen beschikbaar gesteld om mensen aan permanente huisvesting te helpen, zo liet hij weten.
Lacson kondigde een programma aan om grote bedrijven te betrekken bij de inspanningen voor wederopbouw, door een beroep te doen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.

* Samengesteld door de Tambuli redactie uit enkele artikelen uit de Philippine Daily Inquirer

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) Natuurgeweld Sun, 23 Mar 2014 18:44:33 +0000
SHO komt met rapport over besteding hulpgelden Filipijnen http://tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/621-sho-komt-met-rapport-over-besteding-hulpgelden-filipijnen http://tambuli.nl/themas/natuurgeweld/item/621-sho-komt-met-rapport-over-besteding-hulpgelden-filipijnen

1. SHO logoVan de ruim 36 miljoen euro die de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) hebben opgehaald voor de hulpverlening aan de slachtoffers van tyfoon Haiyan in de Filipijnen is tot nog toe 8,6 miljoen besteed. Dat liet de SHO op 6 maart weten in een verantwoording over de besteding van de hulpgelden. Op die dag kwam een tussenrapportage uit van 36 pagina's, die op de website van de organisatie is in te zien en gedownload kan worden.

Nieuwe dakbedekking

Het rapport is de eerste uitgebreide verantwoording over de besteding van de fondsen die in de nationale actie voor de Filipijnen werden opgehaald. Waar de website van SHO de afgelopen maanden maar mondjesmaat inkijk bood in waar de Nederlandse hulporganisaties zich op richtten met de hulpverlening in de Filipijnen, wordt daar in de eerste tussenreportage uitgebreid verslag van gedaan. Voor een ieder die belangstelling heeft voor de besteding van de hulpgelden en voor diegenen die zeer kritisch staan ten opzichte van nationale fondswervingsacties voor slachtoffers van grote rampen, is dit verplichte kost.
(zie: www.samenwerkendehulporganisaties.nl) of http://samenwerkendehulporganisaties.nl/wp-content/uploads/2014/03/SHO-actie-Help-slachtoffer-Filipijnen-Eerste-tussenrapportage-Versie-def.pdf  

Nog geen definitieve eindstand

In de eerste pagina's wordt ingegaan op de omvang van de ramp, teruggekeken op het verloop van de nationale actie en op de eerste stappen die de hulporganisaties zetten. Daarna wordt een korte algemene schets gegeven van de huidige situatie in het rampgebied en van de stand van zaken met betrekking tot de hulpverlening. Opmerkelijk is dat hierbij met geen woord wordt gerept over de uiterst trage manier waarop de hulpverlening op gang kwam en de inadequate wijze waarop de Filipijnse overheid op de ramp reageerde.

Het tweede deel, dat 5 pagina's beslaat en beschouwd kan worden als de samenvatting van de verantwoording, begint met uit te leggen dat tot 17 februari € 36.179.913 werd ingezameld en dat de fondswervingsactie op 28 februari officieel werd afgesloten. SHO vermeldt dat nog niet met zekerheid kan worden vastgesteld of alle toegezegde bedragen binnengekomen zijn en wat de definitieve eindstand is. In de verslagperiode is € 31 miljoen verdeeld onder de negen deelnemende organisaties, dat was het bedrag wat tot begin december door de SHO was ontvangen. Voordat de actiedag op 18 november werd gehouden werd de toen al binnengekomen € 4 miljoen naar de hulporganisaties overgemaakt, opdat ze hun noodhulpactiviteiten zo snel mogelijk konden opstarten en financieren.

SHO-banner Filipijnen

Verdeelsleutel

De hulpgelden worden volgens een van te voren afgesproken verdeelsleutel verdeeld tussen de deelnemende organisaties, in dit geval waren dat negen van de tien in de SHO samenwerkende hulporganisaties. De factoren die worden meegewogen om de verdeelsleutel te bepalen worden in het rapport uitgelegd en de bijbehorende percentages staan in de tabel. Daaruit blijkt dat de kleinste organisaties, World Vision en Terre des Hommes respectievelijk 1.9 en 2.33 procent van de opbrengst ontvangen en de grootste, het Nederlandse Rode Kruis, 20.22 procent. De andere organisaties ontvangen een percentage tussen de 7.35 en 18.87 procent. Uit de gepubliceerde tabel is precies af te lezen hoe groot de bedragen zijn die de verschillende organisaties kregen toebedeeld op 15 november, 21 november en 9 december. In de daaropvolgende tabel is te zien hoeveel de deelnemende organisaties inmiddels hebben toegezegd aan projecten, wat ze daarvan hebben overgemaakt naar koepel-, zuster- of partnerorganisaties en hoeveel daarvan inmiddels is besteed. Het totaal toegezegde bedrag ligt net boven de € 21 miljoen en daarvan is ruim € 10 miljoen overgemaakt naar organisaties waarmee wordt samengewerkt. Hiervan was eind januari dus € 8,6 miljoen besteed, het bedrag waarmee de SHO op 6 maart naar buiten kwam.

Actie- en apparaatskosten

De actiekosten bedroegen tot nu toe ruim 640.000 euro, een bedrag dat van de opbrengst wordt afgetrokken. Dit is twee procent van de € 31 miljoen die tot nu toe is verdeeld. Volgens de SHO is dit bedrag zo laag omdat veel bedrijven en media gratis hun diensten hebben aangeboden. Verder wordt uitgelegd dat er is afgesproken dat elke organisatie maximaal zeven procent van de toegekende hulpgelden mag besteden aan apparaatskosten van de eigen organisatie en de koepelorganisatie waarmee wordt samengewerkt. Dat betekent dat er maximaal negen procent besteed wordt aan actie- en apparaatskosten.
Bestedingen worden volgens het rapport pas verantwoord als de activiteiten geheel of gedeeltelijk zijn voltooid en de financiering ervan is verwerkt. De deelnemende organisaties voegen deze individuele verantwoording samen in een gezamenlijke rapportage voor het Nederlandse publiek. Toegezegd wordt dat de volgende tussenrapportage in november 2014 zal worden gepubliceerd. Alle hulpgelden moeten worden besteed voor 31 december 2015. De bedragen die door de deelnemende organisaties niet besteed zijn gaan terug naar de SHO en worden gebruikt bij de volgende nationale actie.

Onderverdeling in clusters

Uit het gepubliceerde cirkeldiagram blijkt dat het meeste geld besteed is aan voedselzekerheid (22.0 procent), levensonderhoud (20.0 procent), gezondheidszorg (13.7 procent) en water en sanitaire voorzieningen (13.3 procent). Gevolgd door uitgaven voor onderdak (10.9 procent), onderwijs (9.6 procent), programma-management (5.8 procent), bescherming (3.7 procent) en rampenmanagement (1.0 procent).
Behalve voor programma-management volgt deze indeling het clustersysteem waarmee de Verenigde Naties en de Filipijnse overheid de hulp trachten te coördineren.
Het diagram wordt gevolgd door een uitleg van wat er onder deze verschillende clusters valt. Voor de meeste is dat een voor de hand liggende omschrijving, waarbij het bij voedselzekerheid voornamelijk gaat om het uitdelen van voedsel en bij levensonderhoud over zaken die betrekking hebben op het weer opbouwen van een leven met eigen inkomsten. Bij bescherming gaat het om psychische en juridische hulpverlening en bij rampenmanagement, waar nog maar weinig aan is uitgegeven, om de bevolking beter voor te bereiden op toekomstige rampen. Uitgaven voor programma-management zijn bestedingen voor transport en opslag van hulpgoederen, voor lokaal personeel, kantoren, administratie en voor coördinatie, monitoring en evaluatie ter plaatse. Dit zijn in wezen lokale organisatiekosten die bovenop de kosten komen van de eerder genoemde actie- en apparaatskosten. Omdat dit geld lokaal wordt uitgegeven draagt het bij aan de broodnodige werkgelegenheid en stimuleert het de lokale economie.

Samenwerking

Onder het kopje "Hoe komt de hulp bij de mensen terecht" wordt beschreven dat de manier van samenwerking per organisatie verschilt en hoe dat er voor de verschillende Nederlandse organisaties uitziet. Veel organisaties werken samen in internationale koepels of netwerken, terwijl andere hun hulpinspanningen afstemmen met zusterorganisaties die tot dezelfde wereldwijde 'familie' of denominatie behoren. De meeste organisaties werken bij de uitvoering van de hulpprogramma's en projecten samen met lokale partnerorganisaties of dragen de uitvoering geheel over aan die lokale partnerorganisaties.

Ergens in het rapport wordt genoemd dat er in totaal zo'n 1100 organisaties uit heel veel landen bij de hulpverlening zijn betrokken. Om te zorgen dat de hulp goed verspreid wordt over de getroffen gebieden en om overlap te voorkomen is coördinatie noodzakelijk. Bovendien stimuleert coördinatie de onderlinge samenwerking, zo laat de SHO weten.
Coördinatie van de hulpverlening vindt volgens het rapport op twee manieren plaats. Ten eerste via het clustersysteem van de Verenigde Naties en de Filipijnse overheid. Daarin coördineren hulporganisaties hun hulp per cluster (zoals hierboven aangegeven) op nationaal, provinciaal, district- of regioniveau. Ze stemmen af wie welke expertise in kan zetten en in welke gebieden. Hulporganisaties houden regelmatig clustervergaderingen om de stand van zaken bij te houden, de belemmeringen in kaart te brengen en de werkwijze te bepalen. De tweede vorm van coördinatie vindt plaats binnen de netwerken van internationale koepel- of zusterorganisaties, waar alle SHO-leden deel van uitmaken.
De coördinatie in de clusters is gebaseerd op het Strategic Response Plan dat is ontwikkeld door de Filipijnse overheid, samen met 14 VN-organisaties en 40 ngo's. Middels dit strategisch draaiboek wordt de hulpverlening voor het eerste jaar per cluster gepland en de totaal benodigde hoeveelheid fondsen in kaart gebracht. Zo weten VN en regering wat er totaal nodig is voor de financiering van de hulpprogramma's.  

 

Theorie en praktijk

Uitdelen van voesel tijdens KerstmisOp papier ziet de planning en coördinatie er prima uit en lijkt er bijna niets mis te kunnen gaan. In de praktijk blijkt dat echter nogal tegen te vallen. Hulpverleners in het veld, inclusief vertegenwoordigers van de Nederlandse hulporganisaties, merken niet al te veel van deze planning en coördinatie op macroniveau. Ze overleggen af en toe met de zusterorganisaties in dezelfde 'familie" en proberen de inspanningen in het veld zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Maar daarmee worden overlappingen niet voorkomen. Zo werden er in een aantal gebieden zoveel blikjes sardines en gemakkelijk klaar te maken noedels uitgedeeld, dat het de bevolking bijna de neus uitkwam. Er waren veel berichten in de lokale media waarin mensen lieten weten dat ze wel hulp wilden maar absoluut geen sardines en noedels meer. Er deden ook verhalen de ronde dat mensen de sardines aan hun huisdieren voerden. Het kwam herhaaldelijk voor dat hulporganisaties in hetzelfde gebied dezelfde gebruiksgoederen uitdeelden. Zo waren er wijken en dorpen waar de bewoners van drie verschillende organisaties een pannenset kregen. Deze overlappingen hadden tot gevolg dat er "Yolanda winkeltjes" werden opgezet waar deze "overbodige" spullen werden verkocht.
Wat de coördinatie van de hulpverlening in het veld betreft lijkt er nog een wereld te winnen, een punt dat Terre des Hommes in de individuele reportage van de organisaties, verderop in het rapport, kort aan de orde stelt.

Wie denkt dat de samenwerkende hulporganisaties bij de hulpverlening in de Filipijnen hun activiteiten onderling goed coördineren, komt enigszins bedrogen uit. De samenwerking van de SHO bestaat uit het gezamenlijk werven van fondsen en rapporteren over de bestedingen daarvan, daarna is het voornamelijk ieder voor zich. Voor zover wij hebben kunnen nagaan is er nauwelijks onderlinge coördinatie, overleg en/of uitwisseling tussen de vertegenwoordigers in het veld. Het lijkt er ook op dat de meeste vertegenwoordigers van de Nederlandse organisaties, die verantwoordelijk zijn voor het hulpprogramma in de Filipijnen, elkaar niet of nauwelijks kennen.

Weinig zelfkritisch

Voor wie geïnteresseerd is in meer details kan terecht bij de verantwoording van de individuele hulporganisaties. Het grootste deel van de rapportage (20 pagina's) wordt hieraan besteed. Elke organisatie beschrijft hoe lang ze al werkzaam zijn in de Filipijnen en welke doelen ze nastreven met de noodhulp. Met gebruik van cirkeldiagrammen wordt aangegeven hoe ze hun hulp tot nu toe hebben besteed. Daaruit blijkt dat sommige organisaties hun hulp verdelen over bijna alle verschillende clusters, terwijl anderen zich juist toeleggen op een beperkt aantal clusters. Concrete verhalen van Filipino's, over hoe ze met de gevolgen van de ramp omgaan en hoe ze daarbij geholpen worden, verluchtigen deze rapportages. Als afsluiting van de individuele rapportages worden de uitdagingen en beperkingen waarmee men te maken kreeg aangegeven en beschreven wat men in de nabije toekomst van plan is.
Opvallend is dat bij uitdagingen en beperkingen vooral logistieke en andere factoren, die buiten de macht van de organisaties liggen, worden genoemd. Een zelfkritische houding zou de organisaties niet misstaan en alleen maar kunnen leiden tot verbetering van de manier waarop de hulp wordt gegeven en de wederopbouw straks wordt aangepakt.
Slechts een enkele organisatie durft kritisch te zijn op de eigen aanpak en functioneren.

Slachtoffers niet betrokken bij hulpprogramma's

Zo noemt Oxfamnovib als grootste beperking de geringe mate waarin slachtoffers betrokken worden bij de opzet van de hulp die ze ontvangen en in de programma's die worden opgezet.
Hierdoor, zo zegt de organisatie, worden hun behoeftes te weinig gehoord en wordt er onvoldoende rekening gehouden met wat zij willen, kunnen en nodig hebben.

voedselvoorzieningDit raakt aan een punt wat Filipijnengroep Nederland (FGN) in de aanloop van de nationale actiedag verschillende keren naar voren heeft gebracht. Tijdens radio-interviews pleitte FGN ervoor dat er bij de hulpverlening aandacht zou worden besteed aan het opbouwen van sociale structuren, omdat die door de ramp voor een aanzienlijk deel verloren zijn gegaan. Daarnaast pleitte de organisatie voor het opzetten van een fijnmazig systeem van monitoring, waarbij de maatschappelijke organisaties en bewoners monitoringteams vormen.
De taak van deze teams zou dan zijn om de besteding van de hulp door de internationale hulporganisaties te volgen en te beoordelen en de lokale overheden op de vingers te kijken bij het besteden van de overheidshulp. Ze kunnen daarmee een bijdrage leveren aan het bestrijden van de corruptie en de tendens tot zelfverrijking van lokale machthebbers.
In de praktijk zal dit er tevens aan bijdragen dat de slachtoffers meer en beter invloed kunnen uitoefenen op hoe en waaraan de hulp besteed wordt. Als de hulporganisaties het aandurven om de inzichten, ervaringen en kritische opmerkingen van deze lokale monitoringteams mee te nemen in hun (tussentijdse) rapportages, dan zal de transparantie en de betrouwbaarheid van de rapportages alleen maar toenemen. En kunnen de hulporganisaties het kritische Nederlandse publiek met open vizier tegemoet treden.

Evert de Boer
Coördinator Filippijnengroep Nederland

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) Natuurgeweld Sun, 23 Mar 2014 18:40:12 +0000
Als Filipijnse vrouw je mannetje staan in een mannencultuur http://tambuli.nl/rubrieken/in-nederland/item/620-als-filipijnse-vrouw-je-mannetje-staan-in-een-mannencultuur http://tambuli.nl/rubrieken/in-nederland/item/620-als-filipijnse-vrouw-je-mannetje-staan-in-een-mannencultuur

1. Mercy AbenoDe Filipijnen waren in de 20e eeuw niet het meest vrouwvriendelijke land op aarde. Mercy Abenio ondervond dat aan den lijve. Als feministische vrouw die geen 'nee' accepteerde, was zij in haar dorp een voorloper op het gebied van vrouwenrechten. Toch realiseerde ze zich pas in Nederland hoe vrouwonvriendelijk haar vaderland was.

Door Sanne van Grafhorst

'Toen mijn broers jong waren mochten ze spelen. Ik niet. Ik moest altijd aan het werk in huis. Diep in mijn hart wist ik: dit klopt niet. Was ik maar een jongetje, dacht ik vaak. ' De zestigjarige Mercy Abenio zit aan de eettafel in haar huis in Luttelgeest. Ze houdt van Nederland. Het land heeft haar de ware kleur van mensenrechten laten zien. Iets wat ze in de Filipijnen altijd gemist heeft. Terugkijkend op haar leven komt er een gevoel van onrecht boven drijven. Haar hele leven heeft ze gevochten om dezelfde rechten te verkrijgen als mannen én de hogere klasse van het land.

Studie zelf betalen

2. Huisje met nipa dakbedekkingMercy Abenio groeide op in de plaats Bantigue, ongeveer vijf kilometer ten zuidoosten van de stad Ormoc, op het eiland Leyte. Naast haar vader en moeder bestond het gezin uit zes jongens (waaronder een halfbroer) en drie meiden. 'Wij woonden met z'n allen in een klein huisje dat mijn vader had gebouwd van het hout van een scheepswrak. Het dak was gemaakt van nipa bladeren, dat zijn palmbladeren van een moerasplant. Het gezin Abenio had een duidelijke structuur. Vanaf zevenjarige leeftijd gingen de kinderen naar de basisschool, die voor iedereen gratis is. Na schooltijd was het voor de meisjes tijd voor huishoudelijke taken en toen de basisschooltijd erop zat, moesten ze fulltime het huishouden doen. Haar broers mochten verder studeren, zij niet. 'Mannen waren de hoeksteen van de familie en hadden prioriteit. Ik heb gesmeekt of ik ook mocht, wat de voorwaarden ook mochten zijn.' Hoewel voor haar broers de studie betaald werd, mocht Mercy alleen naar school als ze zelf de financiën regelde. Als jong meisje schraapte ze daarom het geld bij elkaar in de suikerrietvelden. 'Achteraf gezien spreek je dan van kinderarbeid. Maar het gaf mij voldoening. Om te bewijzen dat ik niet onder deed voor de mannen werkte ik er alle vakantie- en zaterdagen.'

Een cum laude student

3. Cum laude studentNaast een zware bijbaan bracht haar strijd om naar school te kunnen een andere consequentie met zich mee. 'Om bij school te komen, moest ik elke dag twaalf kilometer lopen. Dat heb ik toen dagelijks gedaan. Ik was het eerste meisje uit het dorp – afgezien van de rijken - dat naar de middelbare school ging. Velen zeiden dat ik het niet vol zou houden om naar school te lopen, te werken en het huishouden te doen. Maar ik hield het vol. Soms geforceerd; ik moest altijd presteren en was bang om te falen. Mijn familie vond me rebels en opstandig. Maar voor anderen was ik een rolmodel, een voorbeeld.'
'De verwachting was dat ik op mijn 18e zou trouwen,' vertelt Mercy. 'Maar dat was geen optie voor mij.' Daarom ging ze op een openbare universiteit studeren voor onderwijzeres. Ondanks prachtige cijfers, haalde haar familie haar na het tweede semester van school. 'Ik moest voor mijn familie gaan zorgen. Mijn moeder vroeg me om mijn lot – armoede – te accepteren.' Jarenlang had Mercy baan na baan en zocht ze mogelijkheden om bij te dragen in huis én te studeren. De doorbraak kwam op een universiteit waar ze als schoonmaakster werkte en een avondstudie voor secretaresse volgde. 'Mijn baas zag meer in me en betaalde vervolgens mijn bachelor Engels. Ik studeerde cum laude af. Daarna gaf hij me overdag een baan als directiesecretaresse en 's avonds als lerares Engels.' Voor Filipijnse begrippen had ze het daarmee ver geschopt.

Vertrek naar Nederland

Het noodlot trof de familie Abenio op 3 mei 1981. 'Op die dag overleed mijn vader. Omdat ik de enige was met een baan, had hij mij gevraagd om het gezin te onderhouden.' Mercy was 28 toen ze verantwoordelijk werd voor het gezin. Van haar loon betaalde ze het onderhoud van de familie. Rond diezelfde tijd viel ze voor een Filipijnse man. 'In Nederland mag je dan zelf actie ondernemen. In de Filipijnen was je geen fatsoenlijke vrouw als je dat deed. Toen mijn broers erachter kwamen, waren ze het er niet mee eens.' Als Mercy zou trouwen, zou het gezin haar als verzorgster verliezen. Dus verboden ze het. 'Één van hen heeft me geslagen met een riem. Uit angst heb ik het uitgemaakt. Bescherming noemden ze het, maar deze sociale controle zorgt ervoor dat je als vrouw heel klein gehouden wordt.'
Toch is ze op haar 39ste bij haar familie weggegaan om te trouwen. Met een Nederlandse man. 'Het was helemaal niet mijn bedoeling om met een buitenlander te trouwen. Achteraf gezien was het een uitvlucht. Het leven daar was me te veel.' En zo kwam ze te wonen in het kleine dorp Luttelgeest. Tranen wellen op in haar ogen als ze vertelt dat haar huwelijk op den duur op de klippen liep. 'Ik had gehoopt dat met deze man alle conflicten in mijn hart zouden verdwijnen. Na een aantal jaren werd ik toch weer onder druk gezet. Dat was erg pijnlijk, maar ook zonder hem red ik me.'

4. LuttelgeestEigen identiteit

'Ik woon hier nu alweer twintig jaar. Natuurlijk heb ik erover nagedacht om terug te gaan,' geeft ze toe. 'Maar ik denk niet dat ik me nog kan aanpassen. Ik kan niet zomaar stoppen met mijn mening te geven.' Nederland heeft haar geleerd om haar identiteit te bepalen. 'Dit ben ik, zo zie ik eruit en dit zijn mijn normen en waarden. Ik zal niet zeggen dat ik niet van de Filipijnen houd. Maar ik ben gelukkig hier. Misschien niet voor honderd procent, maar een perfect leven bestaat niet. Ik ga me niet verbitterd voelen om wat ik achtergelaten heb. Hier kan ik mezelf zijn en mezelf redden.'
Net zoals ze van kinds af aan al deed.

Naschrift - Tyfoon Haiyan

Mercy's geboorteplaats ligt op het eiland Leyte nabij de stad Ormoc, dat in november 2013 zwaar getroffen werd door tyfoon Haiyan. Het was een van de zwaarste stormen die het land ooit heeft getroffen. Miljoenen mensen raakten alles kwijt en er vielen meer dan 6200 doden. Na de ramp heeft Mercy contact gehad met haar familie. Haar woonplaats en Ormoc bleken ook zwaar getroffen te zijn door de tyfoon, maar minder erg dan de hoofdstad Tacloban. Wel zijn hun huizen deels verwoest en was er vlak na de ramp een gebrek aan voedsel, water en medicijnen. De wederopbouw gaat volgens Mercy stroef, maar haar naaste familie is dankbaar dat ze de ramp overleefd hebben.

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) In Nederland Sun, 23 Mar 2014 18:37:56 +0000
De Visaya-tijgerkat http://tambuli.nl/rubrieken/biodiversiteit/item/619-de-visaya-tijgerkat http://tambuli.nl/rubrieken/biodiversiteit/item/619-de-visaya-tijgerkat

1. De Visaya-tijgerkatDe Visaya-tijgerkat is een van de vele mooie voorbeelden van de unieke biodiversiteit van de Filipijnen. Dit roofdier met zijn opvallende geelzwart gevlekte vacht leeft in de nog resterende bossen van enkele eilanden in de Visayas en jaagt daar op knaagdieren, zoals ratten en muizen.

Door: Jeroen Dunnewold

Uiterlijk en gedrag

2. De Visaya-tijgerkatDe Visaya-tijgerkat behoort tot de familie van de katachtigen. Ze worden maximaal 40 cm lang en hebben daarmee de grootte van een gemiddelde huiskat. Het is een ondersoort van de Bengaalse tijgerkat die zich, door langdurige isolatie van de hoofdsoort in andere delen van Zuidoost-Azië, op een unieke wijze heeft doorontwikkeld. De Visaya-tijgerkat is een roofdier, waarvan uit onderzoek is gebleken dat hun voornaamste prooi bestaat uit knaagdieren als muizen en ratten. Ze kunnen uitstekend klimmen en bespringen prooien vaak vanuit een boom. Ook kunnen deze katten goed zwemmen. Jagen doen ze in de schemering en gedurende de nacht. De wetenschappelijke naam van de ondersoort in de Filipijnen is Prionailurus bengalensis rabori, vernoemd naar Dioscoro Rabor, een belangrijke Filipijnse zoöloog en natuurbeschermer.

Verspreiding en leefgebied

De Visaya-tijgerkat komt, zoals de naam aangeeft, alleen maar voor in de centraal gelegen Visayas eilandengroep. In het verleden kwam de Visaya-tijgerkat vermoedelijk vrij algemeen voor op alle eilanden in de Negros-Panay biogeografische regio, bestaande uit Masbate, Negros, Panay, Cebu en omliggende kleinere eilanden. Tegenwoordig leven er minder dan tien populaties in stukken overgebleven bos op met name Panay en Negros. Behalve in dichtbegroeide bossen wordt de soort echter ook wel waargenomen in suikerrietplantages, waar naar hartenlust gejaagd kan worden op de daar aanwezige muizen en ratten. Op het eiland Panay is de Visaya-tijgerkat te vinden in de bergen in het noordwesten en in het centrale deel van het eiland. Ook is de soort waargenomen op het eiland Sicogon bij de noordoostelijke kust van Panay. Op Negros leven populaties in beschermde natuurgebieden als het North Negros Natural Park, Mt. Kanlaon National Park en Mt. Talinis-Twin Lakes Natural Park. Ook komt de Visaya-tijgerkat zeer waarschijnlijk voor in de resterende bossen in het zuiden van Negros tussen Sipalay, Hinobaan en Candoni. Op Cebu is de Visaya-tijgerkat recent alleen waargenomen in twee gebieden in de gemeente Catmon, in het noordwesten van het eiland.

Bedreiging

Zoals zoveel van de unieke dieren in de Filipijnen wordt de Visaya-tijgerkat bedreigd door de terugloop van hun natuurlijke habitat. De ontbossing in het westelijke deel van de Visayas is nog extremer dan in de rest van het land en enkele van de grote eilanden in het leefgebied van deze katten worden nog voor minder dan 0,01% bedekt met bos. De overgebleven stukken regenwoud liggen bovendien erg verspreid. Een bijkomende bedreiging voor de soort zijn jagers. Hoewel normaal gesproken niet gejaagd wordt op de Visaya-tijgerkat, komen ze wel regelmatig vast te zitten in vallen die bedoeld zijn voor andere diersoorten. Ook worden de katten in suikerrietplantages soms slachtoffer van de daar gebruikte pesticiden.

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) Biodiversiteit Sun, 23 Mar 2014 18:36:00 +0000
Verwoestende tyfoons in Leyte en Samar http://tambuli.nl/rubrieken/historische-nieuwsfeiten/item/618-verwoestende-tyfoons-in-leyte-en-samar http://tambuli.nl/rubrieken/historische-nieuwsfeiten/item/618-verwoestende-tyfoons-in-leyte-en-samar

117 jaar geleden, in 1897, werden Leyte en Samar getroffen door een verwoestende tyfoon. De stad Tacloban werd compleet verwoest en er waren veel doden en gewonden te betreuren. Deze ramp vertoonde opvallende gelijkenissen met de supertyfoon van november 2013. Maar dit waren niet de enige twee destructieve tyfoons die deze regio troffen.

1 Vernielde bebouwen in TaclobanDe Filipijnen liggen midden in de zogenaamde tyfoongordel, een gebied waarlangs elk jaar van juni tot en met december vele tropische stormen en zo'n negentien tyfoons vanaf de Stille Oceaan naar het noordwesten trekken. Een tyfoon is een zware storm in het westelijke deel van de Grote Oceaan, waarbij de windsnelheden de orkaandrempel van windkracht 12 overschrijden. Gemiddeld komen zo'n acht tot negen tyfoons aan land op de Filipijnse eilanden. De schade van dergelijke tyfoons is vaak groot, als gevolg van de enorme windsnelheden en regenval in korte tijd.

Op 8 november 2013 werden de Filipijnen getroffen door een tyfoon van de allerzwaarste categorie. Tyfoon Haiyan, of Yolanda zoals hij in de Filipijnen werd aangeduid, kwam aan land met de hoogste windsnelheden ooit gemeten. Duizenden mensen kwamen om. Met name Tacloban, de hoofdstad van Leyte, werd zwaar getroffen. Haiyan werd kort na de storm in de media wel aangeduid als de meest dodelijke en destructieve tyfoon in de Filipijnen ooit. Uit oude krantenarchieven blijkt echter dat dezelfde regio meer dan een eeuw terug ook al getroffen werd door twee supertyfoons. Beide keren werd Tacloban grotendeels verwoest, maar beide keren kwam men de rampspoed ook weer te boven en werd de stad opnieuw opgebouwd.

Op 12 oktober 1897 trof een krachtige tyfoon Leyte. Deze supertyfoon vertoonde grote gelijkenis met tyfoon Haiyan. Het pad van de storm door de Filipijnen was vrijwel identiek en ook bij deze storm maakten hoge stormvloeden vele slachtoffers in laaggelegen kuststroken van Leyte en Samar. Volgens nieuwsberichten uit die tijd werd Tacloban in een half uur tijd helemaal verwoest. Alleen al in deze stad werden honderden mensen uit het puin gehaald. Een plaats met de naam Hermin verdween door stormvloeden geheel van de kaart. Volgens eerste krantenberichten kwamen bij deze tyfoon 6000 tot 7000 mensen om het leven. Een rapport van Fr. Jose Algue van het observatorium van Manilla komt, na onderzoek ter plekke, uiteindelijk tot 1300 dodelijke slachtoffers. Wanneer daarbij in acht genomen wordt dat het aantal inwoners van Leyte en Samar in die tijd zo'n twintig maal lager was dan tegenwoordig, dan is duidelijk hoe krachtig ook deze tyfoon wel was.

2. Hernani in zuidwest Samar - november-1897Vijftien jaar later werd de regio op 26 november van 1912 opnieuw getroffen door een tyfoon uit de zwaarste categorie. Nieuwsberichten uit die tijd berichtten dat Tacloban (opnieuw) geheel verwoest werd. Volgens eerste schattingen was ongeveer de helft van de inwoners van Tacloban en de helft van de inwoners van Capiz slachtoffer van de storm. In totaal zouden er bij deze tyfoon 15.000 doden en gewonden gevallen zijn. Ook zou er naar schatting voor $25 miljoen schade zijn veroorzaakt aan de plantages in de regio.

Tekst: Jeroen Dunnewold

]]>
no-spam@tambuli.nl (Super User) Historische nieuwsfeiten Sun, 23 Mar 2014 18:31:35 +0000